Pexels ethan strunk 2884611 4989986
13 oktober 2026
Artikel

Wat als het (te) gekke idee weer geld krijgt?

Energie uit golven op zee. Batterijen zonder lithium. Kunstmest maken zonder aardgas. 

Artikel

Deel dit artikel op social media

Gerelateerd

Waardevolle grondstoffen terughalen uit oude zonnepanelen. Ideeën die technisch ingewikkeld zijn, jaren ontwikkeling vragen en waarvan niemand vooraf kan beloven dat ze zullen slagen. Toch krijgen juist dit soort technologieën weer serieus geld van investeerders. 

Jarenlang zag de ideale startup voor veel investeerders er ongeveer zo uit: een paar slimme mensen, een paar laptops en een idee dat razendsnel de wereld over kon. 

Software dus. Best logisch, want wie software maakt hoeft geen fabriek te bouwen, geen staal of machines te kopen en kan relatief snel groeien zodra het product aanslaat. 

Voor ondernemers die werken aan nieuwe energieopslag, schonere industrie of het terugwinnen van grondstoffen ziet de werkelijkheid er helaas wat anders uit. Een goed idee moet eerst technisch werken. Daarna volgt een prototype, een eerste installatie, een klant die ermee aan de slag wil en uiteindelijk misschien een productielijn. Bij iedere stap lopen de kosten verder op. Lang waren veel investeerders daar niet erg happig op, want te duur, te langzaam en te onzeker. Daar lijkt nu verandering in te komen.

Van software naar spullen 

De Financial Times schrijft over de hernieuwde belangstelling voor wat de krant moonshots noemt: grote, technisch moeilijke ideeën waarvan allerminst zeker is dat ze gaan lukken. Kernfusie bijvoorbeeld, nieuwe soorten batterijen, robots en nieuwe manieren om energie op te wekken. 

Sinds begin 2024 is wereldwijd - AI-bedrijven niet meegerekend - meer dan 150 miljard dollar geïnvesteerd in dit soort nieuwe technologie. Dat is in iets meer dan twee jaar al meer dan de 133 miljard dollar die er in de hele tien jaar tot eind 2019 naartoe ging. 

Voor deeptechondernemers maakt het nogal wat uit als investeerders weer bereid zijn naar zulke bedrijven te kijken. Deeptech ondernemingen laten zich zelden snel opschalen. Vaak gaan er jaren van onderzoek aan vooraf en is er na ieder technisch succes weer een volgende hobbel. Een prototype dat werkt, betekent nog niet dat je er duizend kunt maken. En een productielijn die technisch goed draait, levert nog niet automatisch een winstgevend bedrijf op. 

Juist die lange en onzekere weg maakte dit soort ondernemingen voor veel financiers minder aantrekkelijk dan software. Nu komt er langzaam meer belangstelling voor technologie die zich ook buiten een computerscherm moet bewijzen. 

Pexels kyle miller 169884138 33994525

AI heeft stroom nodig 

En opvallend genoeg helpt de snelle groei van AI daar aan mee. Al die digitale toepassingen draaien in datacenters vol chips, koeling en kabels en vragen enorme hoeveelheden elektriciteit. Daardoor groeit ook de behoefte aan technieken om stroom op te wekken, op te slaan en snel beschikbaar te maken. 

Maar AI kan ook helpen tijdens de ontwikkeling van deeptech. Ontwerpen en materialen kunnen sneller worden doorgerekend en getest, voordat er geld wordt uitgegeven aan een fysieke proefopstelling. Dat scheelt tijd en geld.  

Maar uiteindelijk moet de technologie gewoon werken. Een batterij moet geproduceerd kunnen worden, een installatie op zee moet een storm doorstaan en een nieuw chemisch proces moet dag na dag betrouwbaar blijven draaien.

Pexels matthardy 32595994

Energie uit golven 

CorPower Ocean probeert elektriciteit op te wekken uit golven op zee. Het idee is best eenvoudig: de zee beweegt voortdurend, dus waarom zouden we die energie niet gebruiken? 

Als je het dan ook echt probeert, krijg je te maken met zout water, stormen en enorme krachten. De installatie moet die omstandigheden jarenlang aankunnen en ondertussen genoeg elektriciteit produceren om commercieel interessant te zijn. CorPower heeft inmiddels tientallen miljoenen euro’s opgehaald om verder te bouwen aan die technologie. 

Een ander voorbeeld is Altris, een bedrijf dat werkt aan natrium-ionbatterijen. Lithium kennen we inmiddels allemaal van batterijen. Maar wat als je ook batterijen kunt maken met natrium, een grondstof die veel ruimer beschikbaar is? Een nieuwe batterij bedenken is nog wel iets anders dan er duizenden betrouwbaar en betaalbaar produceren, voor die opgave staat het bedrijf nu. 

Bij verduurzaming denken we vaak aan groene energie. Maar soms moet je het productieproces zelf veranderen. Denk aan Tata Steel, waar steenkool niet alleen energie levert, maar ook nodig is om ijzer uit ijzererts te maken. Bij kunstmest speelt iets vergelijkbaars: aardgas wordt niet alleen gebruikt als brandstof, maar ook als grondstof. Bij NitroCapt proberen ze nu kunstmest te maken met lucht, water en elektriciteit, zonder aardgas. Als dat op grote schaal lukt, kan dat de manier waarop we kunstmest produceren ingrijpend veranderen 

Voor al deze bedrijven geldt dat een uitvinding pas waarde krijgt als ze ook buiten de veilige omgeving van het laboratorium overeind blijft. 

Pexels junior matildes 3553563 5322859

Ieder groot idee begint klein 

De bedrijven die nu tientallen miljoenen ophalen, zijn ook ooit klein begonnen. Of bovengenoemde bedrijven over tien jaar groot zijn, weet niemand.  

Financiers stappen ergens tijdens die reis in. Hoe eerder ze dat doen, hoe groter de onzekerheid. Wachten tot vrijwel zeker is dat een technologie werkt en er een markt voor bestaat, betekent ook wachten tot een flink deel van het risico al door de ondernemer en de eerste investeerders is genomen. Op het moment dat het geld het hardst nodig is, zijn de antwoorden op veel vragen nog niet bekend. 

Werkt de techniek ook op grotere schaal? Willen klanten ervoor betalen? Kan het bedrijf snel genoeg produceren? Blijven de kosten binnen de perken? Heeft het team de mensen in huis om van een technische vondst een bedrijf te maken? 

Soms is het antwoord uiteindelijk nee. Eerdere investeringsgolven in batterijen en elektrische auto’s hebben genoeg voorbeelden opgeleverd van bedrijven die vastliepen, fabrieken die veel duurder werden dan gedacht en technologie die commercieel minder sterk bleek dan gehoopt. Geld steken in een spectaculair idee is dus geen garantie op succes. 

Maar volledige zekerheid is er in deze fase niet. Wie pas wil investeren als de techniek bewezen is, de klanten klaarstaan en de fabriek rendabel draait, laat het spannendste en vaak lastigste deel van de ontwikkeling aan anderen over. 

Het (te) gekke idee 

Achter zo'n (te) gek idee kan veel meer schuilgaan dan een nieuwe uitvinding. Misschien helpt het ons schoner te produceren, minder afhankelijk te worden en onze welvaart voor volgende generaties te behouden. Want welvaart gaat niet alleen over wat we verdienen, maar vooral over wat het mogelijk maakt: goede zorg, onderwijs, een gezonde leefomgeving en de vrijheid om ons eigen leven vorm te geven. Daarom moeten we nieuwe ideeën niet alleen durven bedenken, maar ook durven financieren. 

Blijf op de hoogte

Ontvang maandelijks onze nieuwsbrief