Het probleem is volgens Beau-Anne Chilla niet simpelweg dat er te weinig geld is. De Europese venture-capitalsector is jonger dan die in de Verenigde Staten en het investeringssysteem eromheen is minder volwassen. Daardoor vinden kapitaal en groeiende technologiebedrijven elkaar hier minder gemakkelijk.
Voor een eerste investeringsronde is vaak nog wel geld te vinden. Maar wie tientallen of honderden miljoenen nodig heeft voor een fabriek, verdere ontwikkeling of internationale groei, kijkt al snel naar investeerders in de Verenigde Staten. Dat kost tijd en vergroot de kans dat bedrijven, kennis en zeggenschap uiteindelijk buiten Europa belanden.
In de podcastserie Future Capital praat Anne-Marie Rakhorst hierover met Beau-Anne Chilla, partner bij investeringsfonds FORWARD.one en co-founder van NADI, het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Zij investeert dagelijks in deeptech en hardware en ziet van dichtbij waar Europese bedrijven tegenaan lopen.
“Ik vind dat Europa zichzelf enorm onderschat. We hebben het geld, de technologie, de universiteiten, de kennis, de ondernemers. Laten we collectief besluiten dat we erin geloven.”
Afl. 3 Beau-Anne Chilla
Luister naar het volledige gesprek met Beau-Anne Chilla in de podcastserie Future Capital.
Software alleen is niet genoeg
De afgelopen jaren ging veel investeringsgeld naar softwarebedrijven. Dat is begrijpelijk, want software kan vaak relatief snel worden ontwikkeld en opgeschaald, zonder eerst fabrieken of productielijnen te bouwen. Bij veel deeptech- en hardwarebedrijven ligt dat anders. Technologie moet worden ontwikkeld, getest en uiteindelijk geproduceerd, waardoor meer tijd en vaak ook meer kapitaal nodig is.
Maar juist deze technologieën zijn hard nodig. De energietransitie vraagt om nieuwe batterijen, netwerken en materialen. Voor chips, quantumtechnologie en AI is fysieke infrastructuur nodig. En veel innovaties in de industrie krijgen uiteindelijk pas betekenis wanneer ze daadwerkelijk gebouwd en op grote schaal geproduceerd kunnen worden.
“Als je kijkt naar de klimaatcrisis, gaan we die namelijk niet alleen met software oplossen. Er is juist ook veel hardware nodig om de grote problemen van vandaag aan te pakken.”
Waar dat soort bedrijven kunnen doorgroeien, bepaalt mede waar nieuwe industrie ontstaat en waar kennis blijft. De vraag is dus niet óf we in zulke technologie moeten investeren, maar hoe we ervoor zorgen dat bedrijven die hier ontstaan ook de kans krijgen om hier door te groeien.
Europees geld, Amerikaanse groei
Europa heeft geen gebrek aan geld. Pensioenfondsen, verzekeraars en andere grote beleggers beheren enorme vermogens. Toch komt maar een klein deel daarvan terecht bij jonge Europese technologiebedrijven. Chilla wijst in de podcast op een opvallende tegenstelling: Europees spaargeld wordt via investeringen wel gebruikt om Amerikaanse technologiebedrijven te financieren, terwijl Europese bedrijven vaak moeite hebben om hier voldoende kapitaal op te halen.
Dat betekent volgens Chilla overigens niet dat pensioenfondsen hun geld morgen simpelweg massaal in startups moeten steken. De Europese venture-capitalsector is relatief jong. Er zijn daardoor nog weinig fondsen die over meerdere investeringscycli hebben kunnen aantonen dat ze grote bedragen succesvol kunnen investeren. Juist die ervaring en staat van dienst zijn belangrijk voor institutionele beleggers.
Het verschil met de VS wordt vooral zichtbaar in de fase na de eerste groei. Een startup kan met een paar miljoen vaak nog vooruit. Voor een nieuwe fabriek, internationale uitbreiding of grootschalige productie zijn ineens tientallen of honderden miljoenen nodig. In Europa is de groep investeerders die zulke bedragen kan en wil investeren kleiner. Amerikaanse investeerders kunnen zulke bedragen vaker in één keer investeren. Daardoor hoeven ondernemers minder financieringsrondes te organiseren en houden ze meer tijd over voor klanten, productontwikkeling en groei.
De Amerikaanse venture-capitalsector heeft daarbij een voorsprong: die bestaat veel langer. Chilla waarschuwt daarom voor het idee dat één maatregel het Europese probleem kan oplossen: “Als de golden bullet er was geweest, dan hadden we hem echt al lang geïmplementeerd.”
Meer beschikbaar kapitaal zou helpen, maar creëert volgens Chilla niet automatisch een beter ecosysteem. Ook de Europese venture-capitalsector zelf moet verder volwassen worden.
Ik vind dat Europa zichzelf enorm onderschat. We hebben het geld, de technologie, de universiteiten, de kennis, de ondernemers. Laten we collectief besluiten dat we erin geloven.
Beau-Anne Chilla, co-founder NADI
Een andere invalshoek
In discussies over technologie gaat het vaak over wat de Verenigde Staten en China beter doen. Grotere fondsen, snellere besluitvorming, meer durfkapitaal.
Chilla kiest een andere invalshoek. Europa heeft op verschillende gebieden al een sterke positie, onder meer in halfgeleiders, energie, quantumtechnologie en deeptech. De vraag is vooral of we die positie weten uit te bouwen.
Daarvoor moeten kennis, ondernemers en kapitaal elkaar sneller vinden. Zodat technologie die hier wordt bedacht ook hier kan uitgroeien tot een bedrijf van formaat.