Deel dit artikel op social media
Gerelateerd
Gerelateerde diensten
Een trein die na een grondige renovatie weer twintig jaar mee kan. Bureaustoelen uit kantoorverhuizingen die opnieuw op de markt verschijnen. En consumenten die steeds vaker kiezen voor refurbished elektronica of vintage kleding. De circulaire economie groeit op steeds meer plekken in Nederland, vertelt Antoine Heideveld, directeur van Het Groene Brein. ‘Je ziet overal initiatieven ontstaan die laten zien dat het kan. De volgende stap is dat ze samen echt schaal krijgen.’
Waar hij dit jaar erg naar uit kijk tijdens de Week van de CE is het bezoek van Hare Majesteit Koningin Maxima en minister Stientje van Veldhoven bij de NS in Haarlem. Op die locatie van de NS krijgen meer dan tweehonderd treinen die eigenlijk afgeschreven waren een tweede leven. Materialen worden zoveel mogelijk hergebruikt en na de renovatie kunnen de treinen weer jarenlang mee. ‘Dit zijn projecten die echt impact hebben,’ zegt Heideveld, ‘het gaat niet om een paar producten, maar om honderden treinen. Dan zie je wat circulariteit op schaal kan betekenen.’ Het gezelschap reist vervolgens per gerenoveerde trein naar Utrecht en bezoekt daar onder meer de Conferentie Circulair Ondernemen.
Circulariteit op onverwachte plekken
Circulariteit zit volgens Heideveld vaak dichter bij het dagelijks leven dan veel mensen denken. ‘Veel mensen zijn er natuurlijk al mee bezig,’ zegt hij. ‘Als je fiets kapot is dan repareer je die en koop je niet meteen een nieuwe.’ Maar ook in sectoren waar je het minder snel verwacht ontstaan steeds vaker circulaire initiatieven, bijvoorbeeld in de meubelsector.
Bij kantoorverhuizingen verdwijnen vaak grote aantallen bureaustoelen, bureaus en tafels uit gebouwen. Lange tijd belandden die direct in de afvalverwerking, maar inmiddels ontdekken verhuisbedrijven dat er ook een andere mogelijkheid is. Zij hebben daar een verdienmodel omheen gebouwd. ‘Want veel van die meubels zijn nog prima bruikbaar. Als je ze schoonmaakt, een onderdeel vervangt of een tafelblad opschuurt, kunnen ze zo weer jaren mee.’ legt Heideveld uit.
Schuren en glans
De circulaire economie groeit zichtbaar. In bekende winkelstraten verschijnen steeds meer vintage winkels, en platforms voor tweedehands kleding worden groter. Ook refurbished elektronica wordt steeds gebruikelijker.
Toch laat die ontwikkeling volgens Heideveld een opvallende paradox zien. ‘Tweedehands en refurbished groeien enorm, maar tegelijkertijd blijven we ook nog steeds meer nieuwe producten kopen.’ De circulaire economie ontwikkelt zich dus naast de bestaande lineaire economie, in plaats van die te vervangen.
Daarnaast lopen veel initiatieven tegen praktische barrières aan. Financiering is vaak lastig te organiseren, waardoor veel circulaire bedrijven relatief klein blijven. Ook de vraag vanuit de markt groeit minder snel dan sommige beleidsdoelen suggereren.
Nog een ander knelpunt zit in de keten zelf. Daar ontstaat er vaak een klassiek kip-ei probleem. Heideveld: ‘Bedrijven willen meer gerepareerde meubels verkopen, maar er zijn te weinig vakmensen om ze te repareren. Opleidingen zouden die mensen kunnen opleiden, alleen horen zij te weinig vraag vanuit de arbeidsmarkt. Daardoor ontstaat een kip-ei situatie in de hele keten, waarin partijen toch een beetje naar elkaar blijven kijken en kansen onbenut blijven.’
Samenwerken in de keten
Juist daarom richt Het Groene Brein zich sterk op ketensamenwerking. Circulariteit vraagt immers om samenwerking tussen alle spelers in de keten, van leveranciers en producenten tot reparateurs, verkopers en consumenten. Een voorbeeld daarvan is de coalitie Lang Leve Elektronica, waarin bedrijven, brancheorganisaties en maatschappelijke organisaties samenwerken om elektronische apparaten langer in de keten te houden.
Alles hangt met elkaar samen. ‘Een reparateur kan een apparaat perfect herstellen, maar als het daarna nergens verkocht wordt, schiet je nog weinig op.’ In Brabant wordt inmiddels heel concreet onderzocht of een hergebruikfabriek voor elektronische apparaten mogelijk is. ‘Brancheorganisaties zoals Techniek Nederland staan daar sterk achter, en ook de Consumentenbond en producenten doen mee. In zo’n ketensamenwerking nemen verschillende partijen ook echt hun verantwoordelijkheid en dan kun je echt meters maken met elkaar. Dat is mooi om te zien’
De volgende stap
Veel van de grote uitdagingen voor de komende jaren liggen volgens Heideveld op systeemniveau. Veel regels, financieringsstromen en economische prikkels zijn nog ingericht op een lineaire economie. Hij ziet dat reflexen in beleid en economie vaak nog uit de oude logica komen. Als voorbeeld noemt hij stijgende olieprijzen door geopolitieke spanningen. ‘De eerste reactie is vaak: de benzineprijs moet omlaag en belastingen moeten eraf. Terwijl zo’n moment juist een kans is om sneller te investeren in alternatieven zoals wind- en zonne-energie. Daarmee word je op de lange termijn minder afhankelijk.’
Volgens Heideveld speelt hetzelfde mechanisme in andere sectoren. Goedkope fossiele grondstoffen drukken bijvoorbeeld de prijs van nieuw plastic, waardoor recyclingbedrijven het moeilijk krijgen. ‘Dan gaan recyclingbedrijven failliet, terwijl we ondertussen de bestaande fossiele industrie blijven ondersteunen. Uiteindelijk wil je juist dat nieuwe circulaire industrie kan groeien.’ Heideveld gaat verder: ‘Je zou dus veel meer moeten kijken naar wat vinden we belangrijk voor onze toekomst qua industrie, werkgelegenheid en de economie? Dat doen we nu niet slim.’
Gewoon mooie producten
Volgens Heideveld speelt ook de manier waarop we investeren een rol. Hij verwijst naar een observatie van Marleen Janssen Groesbeek. “Als een startup werkt aan een technologie waar snel geld mee te verdienen lijkt, bijvoorbeeld rond AI, staan investeerders vaak direct klaar. Bij startups die een maatschappelijk vraagstuk willen oplossen ligt de lat vaak veel hoger. Die moeten meestal meteen laten zien dat ze winstgevend kunnen worden. Dat verschil is eigenlijk best opvallend.”
Ook blijft het belangrijk dat circulaire oplossingen zichtbaarder worden voor consumenten en bedrijven. ‘Als je een winkel binnenloopt en daar eerst de refurbished meubels of apparaten ziet,’ zegt hij. ‘Gewoon mooie producten die opnieuw zijn opgeknapt, dan gaat het vanzelf normaal voelen. Grote partijen als Zeeman, Decathlon en IKEA doen dit al.’
Volgens Heideveld groeit die realiteit stap voor stap. ‘Overal waar je komt zie je voorbeelden die laten zien dat het kan. Ze zijn soms nog klein, maar samen vormen ze wel degelijk een beweging. En veel kleine verschillen maken uiteindelijk toch een groot verschil.’
Dit artikel is geschreven door duurzaamheid.nl in opdracht van de Week van de CE 2026.