Pexels coralie fritzenwanker 325933994 18579940
13 oktober 2026
Verdieping

Handelsgeest alleen bouwt geen vloot

Vraag waar Nederland zijn economische bloei in de zeventiende eeuw aan te danken had en handelsgeest, scheepvaart en de VOC worden al snel genoemd. Technologieondernemer en bestuurder Marc Hendrikse kijkt graag een laag dieper. 

Verdieping

Deel dit artikel op social media

Gerelateerd

Gerelateerde evenementen

Want voordat je de wereldzeeën kunt bevaren, moet iemand die schepen bouwen. En daar komt techniek om de hoek kijken. Van innovaties als de houtzaagmolen en de microscoop tot het elektrocardiogram, wifi en de chipmachines van ASML: Nederland blijkt al eeuwen opvallend goed in ‘ingewikkeld’.

Aan het einde van de zestiende eeuw bedacht Cornelis Corneliszoon uit Uitgeest hoe hij de draaiende beweging van een windmolen kon omzetten in een heen-en-weergaande zaagbeweging. Volgens Hendrikse kostte het daarvoor twee mannen ongeveer dertig weken om een boom te verzagen. Met de nieuwe techniek kon dat in ongeveer een week. Dat was heel handig in een periode waarin de scheepsbouw op volle toeren draaide en enorme hoeveelheden hout nodig waren.

Dat de Republiek in de zeventiende eeuw uitgroeide tot een economische wereldmacht kwam vanzelfsprekend door veel meer dan een slimme zaag. Handel, kapitaal, instituties, migratie, ligging en internationale netwerken speelden allemaal mee.

Laat het ook duidelijk zijn: terug naar de Gouden Eeuw hoeven we niet. Kolonialisme, slavernij, geweld en uitbuiting maakten net zo goed deel uit van die periode. Wat wél interessant is, is de rol die technologische vernieuwing speelde in de economische ontwikkeling van Nederland. De houtzaagmolen is daar een vroeg voorbeeld van, en zeker niet het enige.

Pexels tima miroshnichenko 9574458
Pexels jean paul wettstein 677916508 33016786

Van zaagmolen tot chipmachine

Cornelis Corneliszoon was bepaald geen eenling. Zo werkte Antoni van Leeuwenhoek aan microscopen waarmee hij veel verder kon kijken dan zijn tijdgenoten. Ook daar kwamen verschillende soorten kennis en vakmanschap samen: glasbewerking, instrumentbouw, techniek en vooral veel nieuwsgierigheid.

In de eeuwen daarna volgen meer Nederlandse innovaties. Willem Einthoven ontwikkelde het elektrocardiogram (ECG) en kreeg daarvoor in 1924 de Nobelprijs. Philips speelde later een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de compact disc. Nederlandse ingenieurs droegen bij aan de technologie achter wifi en Jaap Haartsen stond aan de basis van Bluetooth.

Een aardig rijtje voor de nationale trots. Hendrikse ziet vooral wat eronder zit: steeds worden verschillende soorten kennis bij elkaar gebracht om iets te maken wat technologisch behoorlijk ingewikkeld is.

“Als het ingewikkeld wordt, worden wij juist goed.”

Een moderne chipmachine is daar een overtuigend voorbeeld van. Zo’n machine vraagt om materiaalkunde, optica, nanotechnologie, mechatronica, software, vacuümtechnologie en systeemengineering. Ieder vakgebied moet op topniveau presteren en vervolgens moet alles ook nog met extreme precisie samenwerken.

Ook de elektronenmicroscopen die in Eindhoven worden gebouwd passen in die traditie. Daarmee kunnen onderzoekers op bijna atomaire schaal naar materialen en biologische structuren kijken.

ASML viel natuurlijk niet uit de lucht

We presenteren ASML graag als hét bewijs van Nederlands technologisch succes. Hendrikse kijkt juist naar de lange geschiedenis erachter. Philips werkte in de jaren zeventig al aan de technologie waaruit later ASML voortkwam. Het bedrijf werd in 1984 opgericht en had daarna nog jaren nodig om winstgevend te worden.

Nieuwe industrie heeft soms een tergend lange adem nodig. En geduld lijkt iets waar we tegenwoordig steeds minder van hebben. Investeringen en innovatieprogramma’s moeten liefst binnen een paar jaar laten zien dat ze werken, terwijl technologie soms decennia nodig heeft om volwassen te worden. ASML had onder die logica zomaar kunnen sneuvelen voordat het aan zijn echte groei begon.

En wie alleen naar ASML kijkt, mist nog iets. Hendrikse onderzocht in 2007 welke leveranciers achter grote technologiebedrijven als ASML, Philips, FEI, DAF en Océ zaten. Onder die bekende namen bleek een heel web van gespecialiseerde maakbedrijven te hangen, met daaronder weer nieuwe leveranciers.

Veel Nederlanders zullen van de meeste van deze bedrijven nooit hebben gehoord, maar voor de hightechindustrie zijn ze onmisbaar. Brainport Industries, dat mede uit dit netwerk ontstond, groeide van negen naar ongeveer 120 aangesloten bedrijven, samen goed voor meer dan 16.000 medewerkers.

Hand stopping falling wooden pieces

Een beetje dwars zijn helpt

Zo’n ecosysteem draait op een combinatie van techniek en samenwerking. Een softwareontwikkelaar heeft de natuurkundige nodig, de machinebouwer de optisch specialist en de grote opdrachtgever een leverancier die durft te zeggen: leuk bedacht, maar dit gaat zo niet werken.

Hendrikse vermoedt dat de relatief informele Nederlandse werkcultuur daarbij helpt. We zijn niet overdreven onder de indruk van hiërarchie en hebben er meestal weinig moeite mee om een baas tegen te spreken.

De volgende ASML? 

Zodra ASML ter sprake komt, volgt bijna automatisch de vraag wie de opvolger wordt. Welk bedrijf wordt de volgende ASML? Welke sector wordt ons volgende miljardencluster? Hendrikse kijkt liever naar wat er al ligt.

Nederland heeft sterke kennis van materiaalkunde, nanotechnologie, optica, mechatronica, embedded software, vacuümtechnologie en systeemtechnologie. Die gereedschapskist kun je voor veel meer gebruiken dan chipmachines: van efficiëntere elektrolyse en medische technologie tot landbouwrobotica en optische communicatie via satellieten.

En aan ingewikkelde vraagstukken is voorlopig geen gebrek. De energietransitie vraagt nieuwe machines en productieprocessen. Een circulaire economie vraagt technologie waarmee materialen kunnen worden teruggewonnen en opnieuw gebruikt. Vergrijzing vergroot de behoefte aan medische technologie en robotisering. AI draait behalve op software ook op chips, hardware, energie en infrastructuur.

Hoe ingewikkelder de wereld wordt, hoe interessanter die oude Nederlandse kracht van pas kan komen.

Uitvinden is één ding. Er bedrijven, banen en welvaart mee opbouwen is een volgende stap.

Uitvinden is pas het begin

Er zit wel een kwetsbaarheid in dit verhaal. Technologie ontwikkelen betekent nog niet automatisch dat de economische waarde uiteindelijk ook hier terechtkomt. Nexperia en Ampleon kwamen voort uit Philips en belandden later in buitenlandse handen.

Hendrikse gebruikt daarvoor het begrip control point: iets in een keten waar anderen moeilijk omheen kunnen. ASML heeft zo’n positie omdat de meest geavanceerde chips afhankelijk zijn van zijn machines. Zo’n positie kan ook voortkomen uit intellectueel eigendom, specialistische productiekennis, infrastructuur of een leveranciersnetwerk dat niet zomaar ergens anders kan worden opgebouwd.

Uitvinden is één ding. Er bedrijven, banen en welvaart mee opbouwen is een volgende stap. Nederland heeft daarvoor behoorlijk wat in huis: technische kennis, vakmanschap, onderzoeksinstellingen, ondernemers en gespecialiseerde maakbedrijven. Veel daarvan is in tientallen jaren opgebouwd en juist daardoor lastig te kopiëren.

Vier eeuwen geleden wist niemand wat een betere manier om hout te zagen uiteindelijk zou betekenen voor de Nederlandse economie. Hetzelfde geldt voor veel technologie die daarna kwam.

Misschien kennen we de technologie die over twintig jaar bepalend is voor onze economie nog helemaal niet. De kennis, bedrijven en mensen die haar mogelijk kunnen maken, zijn er misschien al wel.

Blijf op de hoogte

Ontvang maandelijks onze nieuwsbrief