De wind in de rug2

Duurzame steden en gemeenschappen: zo luidt Sustainable Development Goal (SDG) nummer 11. Steden moeten inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam zijn. Als Global Goals City timmert Utrecht hard aan de weg en dat blijft zelfs internationaal niet onopgemerkt. Daarmee lijkt de stad alles mee te hebben als proeftuin voor de vele uitdagingen waar steden voor gesteld staan.

De wind in de rug

Jan van Zanen is burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Vanaf het begin was hij betrokken bij zowel de nationale als de Europese Agenda Stad. ‘Het thema steden, of stedelijke regio’s zoals we die in Nederland kennen, is zeer relevant. Overal zie je dat de afgelopen periode de trek naar de steden toeneemt en de vraagstukken waar Nederland en Europa tegenaan lopen zie je in het klein terug in de stad’, beschrijft Van Zanen. ‘Steden vormen een soort microkosmos waarin je de bijzondere opgave hebt om de SDG’s te verbinden aan alle maatschappelijke uitdagingen, zoals het bestrijden van armoede, een inclusieve samenleving, de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie.’

Gezonde stad van de toekomst

Utrecht ontwikkelt zich in een ongelooflijk tempo. ‘Onze stad heeft een geweldige dynamiek en veel mogelijkheden. We hebben de jongste, snelst groeiende en hoogst opgeleide bevolking van Nederland. Als enige stad in Nederland werd er vóór het Europees verdrag gestemd. De economie is voor een dikke kwart gerelateerd aan volksgezondheid: cure, care, preventie, onderzoek en research. Dat is een voedingsbodem voor een gezonde stad van de toekomst. We zitten letterlijk op een kruispunt van mobiliteit en dat is een uitdaging die hoog op de agenda staat. We hebben meer fietsen dan mensen! We investeren in openbaar vervoer, maar de kunst blijft de zogenaamde first and last mile.

Ook omgaan met de publieke ruimte is een blijvend hoofdonderwerp. Zo is het thema ‘wonen’ een enorme opgave. We willen verdichten, niet naar buiten maar naar binnen, dus moeten we de lucht in met hoogbouw. In 2022 komen hier de Wonderwoods: de twee groenste torens van Nederland, waarmee we laten zien dat natuur en stenen perfect samengaan.’ Als burgemeester is het ‘jongleren’ in de woorden van Van Zanen, omgaan met de uitdagingen die je tegenkomt. ‘Je staat een beetje boven alle betrokkenen en het is de kunst om met een persoonlijke noot dingen voor elkaar te krijgen. Soms moet je bijvoorbeeld mensen bereid zien te vinden om samen een stap vooruit te zetten. Je hebt bedrijven nodig die een dubbeltje extra durven vragen op de Coca-Cola en dat dubbeltje vervolgens investeren om de straat schoon te maken.’

Steden vormen een soort microkosmos waarin je de bijzondere opgave hebt om de SDG’s te verbinden aan alle maatschappelijke uitdagingen.

Jan van Zanen

SDG’s geven richting

In december 2018 werd Utrecht tweede bij de Guangzhou Awards in de categorie coöperative cities. Dat is een internationale prijs voor stedelijke innovatie. Een hele eer voor Utrecht dat eerder al uit 300 inzendingen werd genomineerd. Utrecht werd door de jury geroemd om zijn innovatieve aanpak en voorbeeldfunctie. Vooral hoe hier de bevolking samenwerkt via organisaties, initiatieven en bedrijven, en hoe de bevolking de SDG’s als inspiratie gebruikt, werd gezien als uniek in de wereld. ‘De SDG’s geven internationaal richting. Als ik spreek met een burgemeester of een minister uit Zuid-Amerika, uit Kazachstan of uit Canada, dan spreken we dezelfde taal.’ Hoe maak je de doelstellingen voor 2030 op de zeventien werelddoelen tastbaar? ‘Het helpt om het meetbaar te maken en erover te rapporteren, dat houdt ons scherp. Het is belangrijk dat we de vinger aan de pols houden en als Nederland vooraan blijven lopen.’

Eenvoud

Hoe ongrijpbaar groot de SDG’s ook lijken, het motto van Van Zanen is eenvoudig: ‘Het moet vanzelfsprekend worden. We moeten de problematiek ontdoen van de mythe, van de toon van “de wereld vergaat.” Als je wilt dat mensen plastic gaan scheiden dan moet dat zo worden geregeld dat het gemakkelijk is.’ Een tweede motto, maar niet minder belangrijk, realiseerde hij zich nog niet zo lang geleden: ‘We moeten het probleem van een zogenaamde ‘label’ ontdoen. Het is niet alleen het probleem van de zogenaamde hoogopgeleide, autochtone mensen. We moeten alle mensen meenemen, of zoals we in Utrecht zeggen: Utrecht zijn we samen.’ In de stad met 175 nationaliteiten wordt hard gewerkt aan diversiteit en tegen polarisatie en radicalisering. Er zijn talrijke programma’s en initiatieven ontwikkeld gericht op inclusiviteit. In de woorden van het huidige coalitieakkoord: “in een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt, ongeacht opleidingsniveau, herkomst, geaardheid, geloofsovertuiging of beperking”.'

Een mooie inspiratiebron vindt Van Zanen in het Zuid-Italiaanse dorp Riace. ‘Daar hebben asielzoekers een rol gekregen bij de restauratie van archeologische schatten. Die, als ze eenmaal gerestaureerd zijn, weer meer toeristen trekken. Zo werk je aan een inclusieve samenleving, iedereen doet mee, ook de nieuwkomers.’

De wind in de rug3
Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in en rond een stad. In 2050 gaat het om tweederde van alle mensen.

Duurzame steden en gemeenschappen

Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in en rond een stad. In 2050 gaat het om tweederde van alle mensen. Dat is niet zo vreemd: in de stad wordt bijvoorbeeld 70 procent van het nationale inkomen verdiend. Werelddoel 11 moet ervoor zorgen dat steden een veilige, leefbare en schone plek zijn om te wonen en te werken. De uitdaging ligt vooral in de armere wijken. Alle inwoners moeten veilig toegang krijgen tot alle basisdiensten, zoals speelruimte en onderwijs voor kinderen, duurzame en veilige woningen, veilig openbaar vervoer, schoon drinkwater en schone lucht.

Deel dit artikel op social media