28 oktober 2026
Podcast

Meten is weten: investeren op de juiste plekken

In aflevering 5 van Future Capital spreekt Anne-Marie Rakhorst met Maurice van Tilburg over investeren, durven kiezen en bedrijven de ruimte geven om groot te worden.

Stel je voor: je investeert in honderd jonge technologiebedrijven. Uiteindelijk blijkt misschien één daarvan zo succesvol dat het de volledige inleg in alle honderd terugverdient. Maar hoe weet je vooraf welk bedrijf dat wordt? En als die winnaar zich begint af te tekenen, heb je dan nog genoeg geld om mee te investeren wanneer het bedrijf echt groot wordt?

Luister naar het volledige gesprek met Maurice van Tilburg in aflevering 5 van de podcastserie Future Capital.

Maurice van Tilburg dook samen met Koen Maaskant in twintig jaar aan investeringsgegevens. Ze onderzochten circa 130 fondsen die met steun van de SEED Capital-regeling zijn opgezet: honderden investeringen, van de eerste financiering tot de uiteindelijke opbrengst. Hun bevindingen zetten een aantal vertrouwde ideeën over het financieren van innovatie op losse schroeven.

Iedereen tennisles of één kampioen op Wimbledon?

Moeten we iedereen tennisles geven of één kampioen opleiden? Van Tilburg gebruikte die vergelijking al bij Techleap, waar de middelen beperkt waren en keuzes nodig waren. Een Nederlandse Wimbledonwinnaar kan een hele generatie kinderen inspireren om te gaan tennissen. Ook technologische koplopers hebben die voorbeeldwerking. Hun succes geeft anderen ambitie en maakt mensen trots op wat er in Nederland wordt ontwikkeld.

Maar kiezen voor kampioenen klinkt eenvoudiger dan het is. Vooraf weet je nog niet wie de finale gaat halen. Je moet dus breed beginnen, talent herkennen en vervolgens durven besluiten wie extra steun krijgt. Dat betekent ook dat je sommige bedrijven op een gegeven moment geen vervolgfinanciering meer geeft.

Van Tilburg kent die afwegingen vanuit verschillende rollen. Hij was CEO van Euronext Amsterdam, Managing Director van Techleap en directeur van de directie Nationaal Groeifonds. Tegenwoordig is hij Country Head van Euroclear Nederland, dat de afwikkeling en bewaring van effecten verzorgt: de infrastructuur achter de handel op financiële markten.

Ook buiten zijn werk houdt de financiering van innovatie hem bezig. Samen met Maaskant werkt hij aan de vraag hoe investeren in startups aantrekkelijker kan worden voor grote investeerders. Hun aanpak bouwt voort op onderzoek vanuit onder meer Techleap, het Nationaal Groeifonds en RVO.

Wanneer blijf je geloven, wanneer stop je?

Investeren in innovatie vraagt om optimisme. Soms vraagt het ook om de moed om je ongelijk toe te geven. Wat doe je met een startup waarin je al jaren gelooft, terwijl de cijfers steeds minder aanleiding geven om verder te investeren? Blijf je hopen op een doorbraak, of investeer je dat geld in een bedrijf dat inmiddels betere vooruitzichten heeft?

Volgens Van Tilburg kan ongeveer 1% van de onderzochte investeringen zoveel opleveren dat daarmee de totale inleg van een fonds wordt terugverdiend. Dat onderstreept het belang van spreiding. Tegelijkertijd blijken de uitzonderlijke groeiers vaak eerder zichtbaar dan gedacht: in de onderzochte data al na ongeveer vier jaar.

Daar hoort een kanttekening bij. De ontwikkeling verschilt per sector en bij deeptech kan meer tijd nodig zijn. Vier jaar is dus geen vaste eindstreep. Wel moet je kritisch blijven kijken of verder investeren perspectief biedt. Te lang doorgaan met kansarme bedrijven houdt ook talent vast dat bij andere ondernemingen hard nodig is.

En als het dan wél lukt?

Je hebt een veelbelovend bedrijf gevonden. De technologie werkt, klanten tonen belangstelling en de onderneming kan gaan opschalen. Dan begint een volgende uitdaging: kun je als investeerder meegroeien? Volgens Van Tilburg blijven Nederlandse investeringen te vaak achter zodra bedrijven grotere bedragen nodig hebben. Daarmee missen Nederlandse investeerders een deel van het rendement dat tijdens die verdere groei kan ontstaan. Grotere financieringsrondes, zoals hij die bij Amerikaanse investeerders ziet, geven ondernemers meer ruimte. Ze hoeven minder vaak opnieuw geld op te halen en kunnen meer tijd besteden aan klanten, productie en groei.

Er staat bovendien meer op het spel dan rendement. Wanneer buitenlandse investeerders de opschaling financieren, kan productiecapaciteit uiteindelijk naar andere landen verschuiven. Door mee te blijven investeren, kunnen Nederland en Europa meer technologie, bedrijvigheid en toekomstig verdienvermogen behouden.

Ook een vroege verkoop verdient daarom een tweede blik. Volgens het onderzoek worden Nederlandse bedrijven relatief vaak vroeg verkocht, terwijl hun technologie nog veel potentieel heeft. Een grote koper ontwikkelt bijvoorbeeld vooral de toepassingen die bij de eigen activiteiten passen. Andere mogelijkheden blijven liggen. Een succesvolle verkoop voor de ondernemer kan zo ook betekenen dat een technologie minder breed wordt benut.

Eerst onder de motorkap kijken

Toch is extra geld niet bij ieder groeiprobleem de eerste oplossing. Van Tilburg beschrijft hoe onderzoek naar healthtech een patroon blootlegde. Bedrijven haalden in het begin weinig geld op en brachten daardoor pas laat belangrijke marktkennis binnen. Vervolgens konden ze investeerders minder goed overtuigen, waardoor ze ook in een volgende ronde minder financiering kregen. Een kleine eerste ronde werkte zo jarenlang door.

Wie dat patroon wil doorbreken, moet ook kijken naar het moment waarop geld en kennis beschikbaar komen. Eerst begrijpen wat er onder de motorkap gebeurt, zoals Van Tilburg het noemt. Daarna bepalen waar je ingrijpt.

Wat als je in tweehonderd startups investeert?

Diezelfde nieuwsgierigheid drijft het werk van Van Tilburg en Maaskant aan investeringsmodellen. Maaskant bouwde een model waarmee verschillende strategieën kunnen worden gesimuleerd. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als een fonds in tweehonderd startups investeert? Welk rendement is te verwachten en welke risico’s horen daarbij?

Voor pensioenfondsen en andere grote investeerders zijn dat wezenlijke vragen. Zij beheren geld voor hun deelnemers en moeten kunnen onderbouwen welke risico’s ze nemen. Schaal en samenwerking kunnen helpen om investeringen te spreiden en de benodigde expertise betaalbaar in huis te halen.

Zo komen de vragen die we aan het begin stelde weer terug. Hoe geef je genoeg bedrijven een kans om talent te ontdekken? Wanneer kies je voor de grootste beloften? En wie blijft er langs de lijn staan als die bedrijven internationaal gaan meespelen?

Deel dit artikel op social media

Blijf op de hoogte

Ontvang maandelijks onze nieuwsbrief