Dankzij Cradle to Cradle en de Ellen MacArthur Foundation staat het concept van de circulaire economie als een huis. Maar om van de abstracte theorie naar de dagelijkse praktijk van een onderneming te komen, is er meer nodig. Want welke circulaire bedrijfs- en verdienmodellen zijn er eigenlijk? Hoe pas je dat toe op je eigen onderneming of idee? En hoe richt je dat model vervolgens zo in dat je in de huidige financiële markt een aantrekkelijke investering bent voor bijvoorbeeld banken, business angels en privévermogen? Aglaia Fischer, verbonden aan het Sustainable Finance Lab en Circle Economy, onderzocht samen met onder anderen collega Elisa Achterberg de mogelijkheden, obstakels en oplossingen. Dat deden ze binnen het programma Nederland Circulair! in nauwe samenwerking met ondernemers en de financiële sector.

In Nederland is meer geld dan ooit, maar het is voor het midden- en kleinbedrijf bepaald niet gemakkelijk om financiering te krijgen. Met name bij banken is de bereidheid om risico’s te nemen zeer klein. En er is relatief weinig privévermogen dat als risicogeld wordt ingezet. Als ondernemers kiezen voor een toekomstgerichte aanpak en een idee hebben voor een product of dienst in de circulaire economie, lopen ze tegen een extra ‘handicap’ aan. ‘Zowel bij ondernemers als bij potentiële investeerders is er weinig kennis over goede verdienmodellen in de circulaire economie,’ aldus Aglaia Fischer. Kenmerkend voor circulaire bedrijfsmodellen is bijvoorbeeld de verschuiving van de verantwoordelijkheid en het eigendom van een product in de keten. Maar dit gaat nog lastig samen met de huidige beslismodellen van financiers.

Meer ruimte voor risico nodig 

Fischer legt uit dat circulaire modellen juist vragen om meer ruimte voor risico dan traditionele modellen: ‘Circulaire businessmodellen zijn nog zo nieuw dat de verdienmodellen die je daaraan kunt koppelen nog in ontwikkeling zijn. Ik stel me voor dat er vroeger wellicht meer steun was om nieuwe dingen te proberen. Nu hebben we sinds 2008 te maken met een financiële sector waarin iedereen de teugels zo strak houdt, dat er weinig ruimte is om te experimenteren. De businessmodellen die op lange termijn succesvol kunnen zijn, zowel financieel als voor milieu en omgeving, zijn in dat systeem nog lastig te financieren. Iedereen in de sector kijkt naar elkaar en wacht af.’

Circulaire businessmodellen vragen om meer ruimte voor risico
Vergelijking van economische kansen

Wat is vanuit bedrijfsperspectief de kracht van het circulaire model ten opzichte van het lineaire? ‘De verantwoordelijkheid voor het product en de grondstoffen waaruit het bestaat, worden in een lineair en dus eindig model bij de consument gelegd, zodra het product verkocht is. Dat is om heel veel redenen absoluut niet handig,’ vertelt Fischer. ‘Vanuit het milieu gezien: we halen immers met veel moeite grondstoffen uit de grond, om ze vervolgens weg te gooien. Maar zeker ook vanuit economisch perspectief. Als fabrikant weet je meestal het beste wat er in je product zit en hoe je waardevolle grondstoffen eruit kunt halen zodra het niet meer wordt gebruikt. Het is niet logisch om die verantwoordelijkheid bij de consument neer te leggen. Die wil meestal vooral gebruik kunnen maken van het product. Het gaat mij bijvoorbeeld niet om het bezitten van een laptop. Ik wil gewoon kunnen “computeren”.’

In een circulair bedrijfsmodel heeft een product dus meerdere gebruikscycli, waarin het steeds weer terugkeert bij de maker. Fischer: ‘Je kunt een tafel één keer verkopen voor 500 euro, of je verkoopt bijvoorbeeld een abonnement voor (garantie op) een goede tafel voor 10 euro per maand. Op die manier heb je er dus meerdere keren opnieuw een gebruiker voor. Misschien moet je tussentijds wat opknappen of vernieuwen, maar uiteindelijk levert dit op de lange termijn meer winst op.’ Het circulaire model neemt bovendien alle kosten en baten mee, dus ook voor milieu en de maatschappij. De onmiddellijke winst in het lineaire model laat deze buiten beschouwing en geeft dus eigenlijk niet de werkelijke waarde weer. In onderstaande figuur wordt aangetoond hoe veel meer omvattend de keten wordt in het lineaire model. Het vraagt van de financiële sector en privé-investeerders om anders te kijken naar risico’s, winsten en termijnen, iets waar Fischer zich sterk voor maakt via het Sustainable Finance Lab.

Van theorie naar eigen praktijk

De Ellen MacArthur Foundation heeft een fantastisch theoretisch concept neergezet om van een lineaire naar een circulaire economie te komen. ‘Maar om aan de slag te gaan, heeft een ondernemer meestal behoefte aan een meer pragmatische aanpak’, zegt Fischer. Ondersteunende middelen hiervoor ontbreken vaak nog. ‘Misschien omdat de uiteindelijke uitwerking altijd sterk afhankelijk is van de sector waarin je actief bent en de plaats die je inneemt in de keten.’

Het circulaire model neemt alle kosten en baten mee, dus ook voor milieu en de maatschappij
Waar in de keten?

Maar ondernemers en mensen met ondernemersplannen kunnen zelf ook het nodige doen om tot een gedegen circulair businessmodel te komen. De eerste stap is om inzichtelijk te maken waar je nu staat in de keten van het product waarmee je werkt of wilt werken. Fischer: ‘Bepaal eerst waar jouw organisatie sterk in is, waar ligt jouw kracht? Bekijk vervolgens welke processen je binnen je eigen organisatie circulair kunt maken. Een volgende stap is je blik te verbreden door in kaart te brengen wie je ketenpartners zijn. Daarna bepaal je de tekortkomingen en kansen in de hele waardeketen. Tot slot vraag je je af welke vervolgstap je wilt zetten en met wie je eventueel moet gaan samenwerken om dat voor elkaar te krijgen. Dat kan leiden tot veranderingen in je verdienmodel.’ (Bekijk hiernaast het voorbeeld van Fairphone.) Hiervoor werd het model van de Value Hill ontwikkeld.

Voorbeeld Fairphone

Het model volgt de toegevoegde waarde van een product in de verschillende levensfasen. Die waarde ontstaat en groeit in de eerste fase, wanneer het product wordt ontworpen, uit grondstoffen wordt gemaakt en vervolgens wordt verkocht. Dan volgt de gebruiksfase, waarin het product het meest waardevol is. Totdat die fase voorbij is. In de traditionele economie verliest het product dan zeer snel zijn waarde. In de circulaire economie wordt de waarde behouden door het product terug te laten keren naar de eerste fase. Dat kan bijvoorbeeld door het waar nodig op te knappen met nieuwe onderdelen of het uit elkaar te halen en de waardevolle grondstoffen opnieuw te gebruiken. Daarbij is het uiteraard wel van belang dat er wordt nagedacht over de manier waarop een product na gebruik weer teruggehaald kan worden naar de keten. In het lineaire model ben je die controle kwijt. 

Een bedrijf kan zijn strategische activiteiten in vier categorieën indelen, die allemaal een stap vertegenwoordigen in de keten. Het gaat om circulair ontwerp (bijvoorbeeld Fairphone - modulaire en eerlijke telefoon), optimaal gebruik (Bundles - wasmachine als service), het behouden van de waarde (Black Bear Carbon - carbon black uit gebruikte autobanden) en de netwerkorganisatie die zich met de volledige keten bezighoudt (LENA - modebibliotheek, die ook de mode-industrie adviseert). Vaak zijn bedrijven actief in meer dan een deel van de keten.

De Value Hill
Voorbeeld van een strategie en verdienmodel

Een van de bedrijven die Fischer en Achterberg noemen in hun stappenplan, is modebibliotheek LENA. LENA biedt mensen de mogelijkheid om maandelijks nieuwe kledingstukken van hoge kwaliteit te kunnen gebruiken, zonder ze te hoeven kopen. Vanaf 19,95 euro per maand kunnen mensen een abonnement afsluiten. Het is een voorbeeld van een bedrijf dat onder andere actief is in de gebruiksfase van de keten. Vooralsnog combineert Lena een traditioneel verdienmodel – een winkel – met het circulaire verdienmodel – de bibliotheek – zodat de onderneming de tijd heeft om te groeien. De eerste financiering was een bijzondere uitdaging en toont het eerder genoemde spanningsveld waar banken in werken. Ondanks het feit dat LENA de ABN AMRO prijs voor Beste Start-Up won, kon de bank namelijk niet investeren in het bedrijf, onder andere omdat het om een relatief kleine som van 140.000 euro ging. Het ABN AMRO impactfonds begint pas bij een investering vanaf 500.000 euro. Uiteindelijk is het met eigen spaargeld en dat van familie gelukt en kwam de tweede financieringsronde uit een social impact-fonds. 

Elke dag meer kennis

Zowel aan de kant van ondernemers als aan de kant van financiers is er nog veel uit te zoeken en te leren om van goed financierbare circulaire bedrijfsmodellen gemeengoed te maken. Fischer is hoopvol: ‘We zijn er nog niet: het is work in progress. Er moet nu geïnvesteerd worden in onderzoek. Maar elke dag komt er meer kennis bij en kunnen we tot betere bedrijfsmodellen en financieringsoplossingen komen.’ 



Meer lezen? Fischer en Achterberg waren betrokken bij een serie van drie whitepapers die dieper ingaan op het financieren van circulaire businessmodellen. In het eerste deel worden de vier bedrijfsstrategieën verder uitgewerkt aan de hand van de Value Hill. Het tweede deel helpt om tot een financierbaar verdienmodel te komen en werkt concrete voorbeelden uit van circulaire ondernemingen. En deel drie daagt de financiële sector uit om anders te kijken naar investeringen van bedrijven in deze nieuwe economie.