Wie zijn die mensen, die Nederland met hun aanstekelijke drive, innovatieve oplossingen, diepgaande kennis en/of ondernemersgeest verder verduurzamen? Duurzaamheid.nl zet deze helden, verbonden aan ons platform, graag in the picture. Elke maand kun je nader kennismaken met een van hen. Deze keer spreken we Pallas Agterberg, die zich als directeur Strategie bij netbeheerder Alliander inzet voor de toegang tot duurzame energie.

Vastgeroest: dat is wel het laatste woord waar je aan denkt als je Pallas hoort praten over de energietransitie. In haar rol als directeur Strategie bij Alliander stimuleert ze haar team én alle betrokkenen om echt radicaal anders naar een – lastig voorspelbare – uitdaging als de energietransitie te kijken. Elke dag weer buigt ze zich over de vraag hoe de toekomst van onze energievoorziening eruitziet. Die is onder andere veel en veel meer decentraal. Een warm pleidooi voor meer ‘start-up-denken’.  

Wat is het grootste misverstand over duurzame energie? 

‘Veel mensen denken dat het gaat om een andere bron van energie. In plaats van een fossiele bron, een duurzame bron. Kolencentrales uit en windmolens aan: je plaatst veel windmolens op zee of maakt gas dat niet fossiel is. En dan ben je klaar. Dat is een misverstand, omdat het gewoon niet kan. Als we de huidige energievraag op die manier willen invullen, moet de hele Noordzee vol met molens. En dan is er nog de nieuwe energievraag die erbij komt vanuit mobiliteit en de verwarming van huizen. Alleen de energiebron wisselen gaat niet werken en het wordt hartstikke duur. Het gaat veel verder. De energietransitie is een transitie voor twee groepen: de eerste is voor de gebouwde omgeving en mobiliteit. De andere transitie is industrie en transport. Kijk je naar die eerste dan gaat het om hoe je woont, een wijk inricht, mobiliteit regelt; dat hangt allemaal met elkaar samen. Het is één soort energievraag. Als je dat vertaalt naar woningen: dan kijk je naar verduurzamen en niet alleen naar energiebesparing. Verduurzamen betekent dat je de woning zo aanpast dat je de energie minder nodig hebt én zelf (deels) opwekt. Dat is niet zo spectaculair, we zien dat soort woningen nu overal verschijnen. Per saldo is dat goedkoper en beter: je woont beter, bent minder afhankelijk. Er zijn hier verschillende modellen voor. Denk aan de nul-op-de-meter of de Urgenda-woning. Andere mogelijkheden zijn ook buurtnetten van energie of buurtnetten die weer aan elkaar gekoppeld worden. In alle gevallen is het goed om te beginnen met de vraag: hoe kun je een woning zo ombouwen dat die energievraag vrijwel is opgelost? Per type woning kunnen de oplossingen verschillen. Je moet dus wijk voor wijk kijken wat er mogelijk is.’

Veel mensen denken dat het alleen maar gaat om een andere bron van energie. Dat is een misverstand.

‘De andere transitie is dus industrie en transport. Het is dan een fout om te denken: ik heb een energievraag, en ik koop het gewoon anders in. Dat werkt niet, dan wordt het meestal duurder. Maar, als je nu nieuwe technologieën bekijkt, waarmee je productieprocessen kunt inrichten die veel minder energie verbruiken, dan heb je een ander verhaal. Door rekening te houden met je omgeving en de bedrijven die je om heen hebt, kun je tot nieuwe oplossingen komen. Denk aan een tuinder en een datacentrum. De een heeft warmte nodig, de andere koeling. Dergelijke verbanden kunnen erg helpen. Elke sector heeft zijn eigen traject, maar je ziet dat koplopers als bijvoorbeeld Lidl en Akzo Nobel er al mee zijn begonnen.’ 

Welke bijdrage wil jij vanuit jouw rol leveren aan een duurzaam Nederland?

‘Voor wat die gebouwde omgeving betreft: ik probeer dit denkmodel werkelijkheid te laten worden. Dat betekent dat ik heel veel contact heb met stakeholders om te kijken wat hiervoor geregeld moet worden. We proberen al die condities te creëren, zodat het proces kan gaan lopen. Dat doe ik vanuit Alliander, maar ook de gemeenten, provincies, rijksoverheid, denktanks, overlegorganen, zijn belangrijke stakeholders. Samen moeten we heel scherp krijgen hoe we dit kunnen doen. Voor wat betreft de industrie gaat het vooral nog om het aanjagen van de discussie. Samen met Urgenda en Quintel hebben we laatst een onderzoek gedaan naar hoe we dit kunnen aanvliegen: De toekomst van de Nederlandse energie-intensieve industrie. Het is nog lang niet ver genoeg, we staan hier nog aan het begin.’ 

Wie is je inspiratiebron?

‘Die inspiratiebronnen heb ik op meerdere terreinen. Een vraag die me bezighoudt, is bijvoorbeeld: hoe gaat die nieuwe economie eruitzien? Daar heeft Marga Hoek interessante informatie over verzamelend met Zakendoen in de nieuwe economie. Ze werkt nu ook aan een internationale variant, waarin de SDG’s meer voorop komen. Wat ik ook heel boeiend vind, en dat gaat meer over de technische kant, is Singularity University. Dat is gericht op de ontwikkeling van technologie die exponentieel kan groeien, om maatschappelijke uitdagingen op te lossen. En dan is er nog Jeremy Rifkin, die de technische ontwikkelingen koppelt aan nieuwe economische ontwikkelingen, in zijn boek Zero marginal cost society. Eigenlijk geven ze allemaal ideeën over hoe je de nieuwe economie kunt laten werken.’ 

De kosten die nodig zijn voor deze aanpak, zijn niet eens zo hoog. Het is vooral een investering in denkkracht.
Waar droom jij van?

'Dat we voor verduurzaming veel meer disruptiedenken toepassen. Iets wat we op een ‘suffe’ manier doen in één keer beter, sneller en goedkoper doen. De ‘oude’ manier kan zo in één keer overbodig worden. Dat is het tegenovergestelde van het idee dat we het met regels en subsidies moeten oplossen. Als je het disruptiedenken nou verbindt met het invullen van de SDG’s en met de nieuwe economie, dan wordt het heel interessant. De kosten die nodig zijn voor deze aanpak, zijn niet eens zo hoog. Het is vooral een investering in denkkracht. Als je nou eens niet die biomassa inkoopt voor miljarden per jaar, maar het geld reserveert voor dit soort disruptieve oplossingen. We hebben eigenlijk alles in huis in Nederland om dit voor elkaar te krijgen. We moeten de denkkracht en financiën alleen anders toepassen. Dat we dat doen, daar droom ik van. En het kan gewoon.’ 

Wat is er volgens jou nodig om een volgende stap te zetten richting verduurzaming?

‘Voor die verduurzaming van gebouwen, daar heb je misschien 20 tot 25 jaar voor nodig om dat voor elkaar te hebben. Er zijn nog een paar dingen die nodig zijn om die trein te laten lopen. Als dat lukt, zal iedereen zien dat het kan en meegaan. Het stopt een keer met de gasaansluiting van de gebouwde omgeving. We moeten niet wachten tot het eind, maar nu in beweging komen. En we moeten dat op zo’n manier doen dat het wijk voor wijk gaat en iedereen betrokken is. Wat ook heel duidelijk is: de innovatievraag moet je apart oplossen en niet bij de eerste honderd klanten in rekening brengen, zoals je vaak ziet. Het is geen moeilijke businesscase, als je dat maar lostrekt. Dat geldt ook voor de industrie. En als je dit voor één sector kunt doen, dan kun je het ook voor anderen zoals voeding, chemie. Dat is dat startup denken: als ik het probleem oplos, dan doe ik het overal.’

Wat moeten we vanavond lezen/kijken/luisteren ter inspiratie?

'Volg een cursus bij Singularity University, lees de boeken over nieuwe economie, zoals Zakendoen in de Nieuwe Economie en Zero Marginal Cost Society. En verdiep je in disruptie: probeer te begrijpen hoe echte start-ups werken en probeer zo te kijken naar de uitdagingen waar je aan werkt.'