Consumenten en bedrijven die elkaar gebruik laten maken van hun onbenutte spullen of diensten, eventueel tegen betaling. Van tuingereedschap tot auto’s en van een handige klusser tot iemand om de hond uit te laten. Dat is kortgezegd de deeleconomie. Dankzij de vele platformen op internet neemt het delen een vlucht. Hoe groot is de deeleconomie en wat zijn de kansen en uitdagingen?

Professor Koen Frenken is Hoogleraar Innovation Studies aan de Universiteit Utrecht. Een van de innovaties die hij bestudeert is de deeleconomie. ‘In mijn ideale leefomgeving worden vervoersmiddelen zoveel mogelijk gedeeld. Dan heb je ruimte over en kun je parkeerplaatsen en wegen in drukke steden veranderen in publieke ruimte. Dat is onder handbereik, want de technologie en de businessmodellen zijn er. Met name steden zijn geschikt voor deelinitiatieven vanwege de beperkte ruimte. Vooral mobiliteit kan veel efficiënter, want het is zinloos om parkeerterreinen vol te zetten met auto’s die niks staan te doen,’ aldus Frenken.   

Professioneler en gemakkelijker

Naast vervoersmiddelen zijn er veel meer spullen die incidenteel worden gebruikt, zoals boormachines, hogedrukreinigers en koffers. Deze spullen staan het grootste deel van hun levensduur stil. Platforms als Uber, Netflix en Airbnb schieten uit de grond en het aantal Nederlanders dat gebruikmaakt van deelplatformen is in korte tijd enorm toegenomen. In totaal zijn er zo’n 250 platformen voor het delen van spullen, inkopen van diensten en tweedehands spullen. De meeste daarvan zijn klein en maken geen tot weinig winst. Frenken vult aan: ‘We moeten het ook in historisch perspectief plaatsen. Maaltijden delen, op elkaars kinderen passen, hulp met schoonmaak: dat organiseerden we ook al vóór het internet met vrienden en familie. De wereld is niet aan het veranderen, maar het is professioneler en gemakkelijker te organiseren door de komst van internet.’ 

In mijn ideale leefomgeving worden vervoersmiddelen zoveel mogelijk gedeeld. Dan heb je ruimte over en kun je parkeerplaatsen en wegen in drukke steden veranderen in publieke ruimte.

Prikkel ondernemers 

Het stimuleren van de deeleconomie is een belangrijke stap in het realiseren van de circulaire economie. Het gaat erom dat producten en de grondstoffen waarmee ze worden gemaakt, optimaal worden gebruikt. ‘Als bedrijven hun producten gaan verhuren, dan gaan ze op een andere manier geld verdienen. Ze ontwerpen dan kwalitatief betere producten die makkelijker te repareren zijn en langer meegaan’, stelt Frenken. De tendens is dat consumenten de toegang tot producten en diensten belangrijker vinden dan het daadwerkelijk bezitten van spullen. Hoe kan de overheid stimuleren dat bedrijven hiermee aan de slag gaan? ‘Als de overheid regelt dat het loont om te recyclen en te delen, dan gebeurt het ook. De innovaties van bedrijven en ondernemers komen dan vanzelf. De overheid moet zo dicht mogelijk bij de bron een prikkel leggen om minder materiaal te gebruiken. Bijvoorbeeld door het extra belasten van producten met zeldzame grondstoffen of hoge transportkosten. De overheid hoeft niet te bedenken hoe de business eruit moet zien, maar moet zorgen dat de business kan ontstaan. Dan kan het snel gaan.’

Goedkoop en eenvoudig

De technische ontwikkelingen om het delen van producten goed te laten verlopen zijn al heel ver. Het is goedkoop en eenvoudig om een chipje in te bouwen in producten waardoor een systeem altijd weet waar het product op welk moment is en wie het mag gebruiken. Met een digitale agenda kan de bezitter aanvinken wanneer het product verhuurd mag worden en het systeem regelt de rest. ‘Als de techniek goed werkt, dan kan iedereen spullen lenen of uitlenen, zowel particulieren als bedrijven en gemeentes. Ik zie steeds meer interessante constructies ontstaan. Bijvoorbeeld dat mensen een privéauto leasen en hun voertuig vervolgens via de leasemaatschappij via een platform verhuren op momenten dat ze de auto zelf niet gebruiken. Op die manier gaan de kosten omlaag en wordt de auto optimaal gebruikt. Verschillende businessmodellen lopen steeds meer in elkaar over en het gaat uiteindelijk naar één systeem. Het maakt mij niet uit of ik een auto leen van een bedrijf, de gemeente of mijn buurman. Ik wil gewoon vervoer van a naar b, een bepaald serviceniveau en de zekerheid dat het goed geregeld is. Het maakt niet uit hoe het aan de achterkant geregeld is,’ aldus Frenken.  

De overheid hoeft niet te bedenken hoe de business eruit moet zien, maar moet zorgen dat de business kan ontstaan. Dan kan het snel gaan.

Wasmachines delen

Een inspirerende deeldienst is Bundles. Zij bieden wasmachines aan volgens het product-als-dienst-model en willen goedkoper zijn dan zogenoemde ‘wegwerpapparaten’. Zo worden duurzame kwaliteitsproducten toegankelijk voor een grotere doelgroep. De apparaten worden gemonitord op hun prestaties. Met die informatie zorgt Bundles dat ze efficiënt en juist worden gebruikt en dat ze worden gerepareerd op het moment dat dat nodig is. Bundles verkoopt dus geen wasmachine, maar het gebruik van een goede wasmachine. Als mensen opzeggen, plaatst Bundles het apparaat weer ergens anders. Het apparaat is niet afgeschreven als het een paar jaar in gebruik is geweest. Bundles gaat samenwerken met woningcorporaties om dit model verder uit te rollen. Corporaties bieden hun huurders onder andere wasmachines, fietsen en gereedschap aan. De huurders betalen voor het gebruik en niet voor het bezit.

Bijvangst?

Frenken werkte mee aan een onderzoek naar de deeleconomie door het Rathenau Instituut. Dit instituut stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over de maatschappelijke aspecten van wetenschap en technologie. In het rapport Eerlijk Delen stellen de onderzoekers dat de deeleconomie werkgelegenheid genereert, ondernemerschap stimuleert en innovatie in bestaande sectoren bevordert. Wat is de visie van Frenken op de zogenaamde bijvangst van de deeleconomie? ‘Uit ons onderzoek bleek ook dat de deeleconomie juist kan leiden tot nieuwe ongelijkheid. Het zijn tot nu toe vooral de vermogenden die profiteren van de deeleconomie. Rijke mensen kunnen meer kopen en verhuren en zo nog meer geld verdienen. Dat voordeel kun je tenietdoen door bezit meer te belasten. Met die opbrengsten kun je die ongelijkheid rechttrekken, door bijvoorbeeld de huursubsidie te verhogen. Ook vind ik dat huizenbezit en parkeerplaatsen duurder zouden moeten zijn. Een m2 in de stad is veel meer waard dan wat een autobezitter nu betaalt voor een vergunning.’ Samenvattend zijn de economische effecten van de deeleconomie heel positief, maar nog wel scheef verdeeld. 

Transitieagenda Consumptiegoederen


Het belang van de deeleconomie wordt benadrukt in de transitieagenda Consumptiegoederen, die aan het begin van dit jaar gepresenteerd werd. In totaal werden er vijf transitieagenda’s gepresenteerd die ieder op hun eigen gebied in kaart brengen wat er moet gebeuren om de omslag te maken van een lineaire naar een circulaire economie. De deeleconomie is een van de icoonprojecten in de transitieagenda Consumptiegoederen.
Eind 2018 wordt het nationale uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2018 – 2023 gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Dat beschrijft de activiteiten die bedrijven, ngo’s en overheden met elkaar plegen om de transitie te versnellen en op te schalen. In dit programma zijn de onderwerpen uit de transitieagenda’s omgezet in concrete acties. Het programma maakt daarmee duidelijk wie welke actie oppakt en op welk moment deze acties tot welk resultaat leiden. Het programma geeft ook de mogelijkheid om jaarlijks te zien hoever we op koers liggen om de doelen te bereiken en om waar nodig gezamenlijk bij te sturen. 

Lees hier meer over de transitieagenda Consumptiegoederen.