Wat Schiphol, Alliander en Bruynzeel met elkaar gemeen hebben? Deze bedrijven durfden het aan om voor een deel van hun vastgoed geen lichtarmaturen meer te kopen, maar licht te leasen. Het is het eerste circulaire concept uit de koker van ‘lichtreus’ Philips. Philips Lighting zorgt voor een afgesproken periode en bedrag voor innovatieve en duurzame verlichting bij de bedrijven, inclusief installatie, onderhoud en energienota, maar blijft eigenaar van de materialen. Het laat zien dat een circulaire business niet alleen is weggelegd voor startups maar juist ook voor grote ondernemingen. Thomas Leenders van Philips Lighting vertelt hoe het bedrijf werkt aan toekomstbestendigheid door de ontwikkeling van circulaire dienstverleningsmodellen. ‘Ik vind het mooi dat we na 125 jaar bestaan de kracht hebben om deze transformatie met elkaar door te maken.’

Het is Philips uiteraard niet ontgaan dat er de laatste jaren steeds meer aandacht is voor de oprakende grondstoffen en een verschuiving van het take-make-waste-model naar het sluiten van kringlopen. ‘We vernieuwen eigenlijk al zo’n vijfentwintig jaar elke vijf jaar ons duurzaamheidsprogramma, EcoVision. Dat richtte zich eerder vooral op energiebesparing of recyclebaarheid van producten,’ vertelt Thomas Leenders. ‘Je ziet op een gegeven moment een wereldwijde tendens ontstaan, in dit geval de omschakeling van een lineaire naar een circulaire economie. We realiseerden ons: dit is heel relevant voor ons bedrijf. Juist omdat we zoveel impact hebben op grondstoffen, omdat de grondstofprijzen stijgen en omdat het belangrijk is dat de grondstoffen die we gebruiken ons eigendom blijven, zodat we de kringloop goed kunnen sluiten. Maar we kunnen dit wel een goed idee vinden, je hebt uiteindelijk ook klanten nodig die hier behoefte aan hebben.’ 

Niet meer betalen voor bezit

Een concrete vraag van architect Thomas Rau in 2011 bracht de uitwerking van zo’n circulair model in een stroomversnelling. Voor het kantoorgebouw dat de architect ontwierp, wilde hij niet betalen voor de armaturen, maar alleen voor het licht. Het was de start van het pay-per-lux-model, waarbij de klant geen lampen koopt, maar betaalt voor het licht. Een idee dat door Philips en Turntoo, het bedrijf van Rau, uitgewerkt en getest werd. Het vraagt volgens Leenders bij uitstek om een nauwe samenwerking tussen de verschillende partijen: ‘Je hebt elkaar nodig om dit te regelen. De klant, de producent, een installatiepartner. En uiteindelijk moet je ook kijken hoe je de financiering regelt.’

Omschakelen naar een dienstverlenend circulair bedrijf is een enorme verandering voor een bedrijf dat al 125 jaar goed is in de zogenaamde 'transactionele' business.
Van klein naar groot

Dat het op deze kleine schaal een succes werd, is natuurlijk goed nieuws. Maar voor een grote onderneming is er veel meer nodig dan één geslaagd project. ‘Je bent blij dat zo’n pilot lukt en dat we daarvan kunnen leren. Want laat ik vooropstellen: omschakelen naar een dienstverlenend circulair bedrijf is een enorme verandering voor een bedrijf dat al 125 jaar goed is in de zogenaamde ‘transactionele’ business. Dan gaan zaken als IT-systemen wel een beetje piepen en kraken. Maar we willen natuurlijk opschalen, en daar heb je grote klanten voor nodig die de eerste stap zetten. Ook om koudwatervrees bij anderen weg te nemen. Dat zijn Schiphol, Alliander en Bruynzeel geworden. En sinds kort ook over de grens: de bibliotheek van het Belgische Kortrijk.’ 

Nieuwe kijk op design

Het vertrekpunt van Circular Lighting is het design. Er moest met een frisse blik gekeken worden naar de armaturen. ‘Uiteindelijk moeten we met al die knappe koppen in Eindhoven nadenken hoe we onze armaturen anders gaan ontwerpen als we er voortaan eigenaar van blijven. Op een modulaire manier en met andere typen grondstoffen, zodat we er ook op de lange termijn weer hele goede nieuwe dingen van kunnen maken. Dat is wel de essentie,’ legt Leenders uit. ‘En dat vraagt om een hele goede samenwerking: design moet luisteren naar de markt, maar ook inkoop, research en sales zijn betrokken.’ 

De recent afgeronde vertrekhal op Schiphol is een voorbeeld van hoe het ontwerp verandert. Voor de drivers die in die armaturen zitten, een onderdeel dat de stroom naar de lamp overbrengt, is het ontwerp zo aangepast dat ze gemakkelijk te vervangen zijn. ‘Voorheen moest je het plafond openmaken om erbij te kunnen,’ aldus Leenders, ‘maar nu kunnen we door een vrij simpel kliksysteem de driver vervangen.’ Dat is ook belangrijk voor de volgende gebruikscyclus: de rest van de armatuur kan nog veel langer worden gebruikt.

Iedereen in de keten nodig

Als het ontwerp goed zit, heb je vervolgens een installatiepartner nodig. ‘Wie gaat het – op onze verantwoordelijkheid – installeren en de service leveren voor een periode van bijvoorbeeld tien jaar? Om de zoveel branduren wil je immers checken of alles nog goed is en of de klant nog tevreden is. En dan volgen nog de financieringsvraag en het juridische gedeelte,’ aldus Leenders. Ook dat vraagt een hele andere manier van werken. Traditioneel wordt de investering door verkoop direct terugverdiend. Maar een circulair verdienmodel als dit levert inkomsten op een langere termijn op. Circulaire verlichting moet dus voorgefinancierd worden, legt Leenders uit: ‘De collega’s van Philips Lighting Capital maken een voorstel waarin ze antwoord geven op vragen als: hoe gaat de financiering eruitzien en wat is de restwaarde van het product na de gebruiksperiode?’

We moeten met z'n allen leren en accepteren dat dit de nieuwe manier van zakendoen is.
Opstap naar meer circulaire business

Het aanbieden van circulaire verlichting is voor Philips een eerste stap naar meer circulaire businessmodellen. ‘Natuurlijk hebben we de ambitie om zoveel mogelijk duurzame producten in de markt te zetten en bij te dragen aan een betere wereld. Als organisatie zelf hebben we ook ambitie om duurzamer te worden, zo willen we in 2020 CO2-neutraal zijn.’ De researchafdeling van Philips toetst hoe het gesteld is met de duurzaamheid van de producten en diensten. ‘Het is een utopie dat we op 100% circulair zitten. We zijn met z’n allen op een reis en per productgroep kijken we steeds hoe ver we kunnen gaan en wat de volgende stap is, zodat we uiteindelijk boven de 95% uitkomen.’

Vanuit de private sector, en dan met name de grote projectontwikkelaars, vastgoedondernemingen en pensioenfondsen, is er grote vraag naar dergelijke duurzame oplossingen, vertelt Leenders. ‘Verlichting helpt bijvoorbeeld om duurzaamheidscriteria voor gebouwen te halen. Daarnaast spreekt het ze aan dat we de financiering aan de voorkant oplossen en dat ze op deze manier wel de nieuwste en meest innovatieve oplossingen kunnen toepassen in gebouwen. We hopen dat de overheid ook volgt.’

Mee- en tegenvallers in de omslag

Gevraagd naar mee- en tegenvallers in de omschakeling onderstreept Leenders dat het soms nog niet meevalt om verandering in gang te zetten: niet iedereen doet enthousiast mee. ‘We moeten met z’n allen leren en accepteren dat dit de nieuwe manier van zakendoen is. Ga in gesprek met elkaar. En maak meer gebruik van de kennis en knowhow en de innovatiekracht van dit soort bedrijven.’ 

Collega’s verrasten Leenders dan weer in positieve zin. ‘Ik vind het mooi dat we ook na zoveel jaren de kracht hebben om deze transformatie met elkaar in te zetten. Veel mensen geloven erin, en er zit zoveel energie in om hier een succes van te maken,’ aldus Leenders. ‘Ik vind het ook positief dat er klanten zijn zoals Schiphol, Alliander en Bruynzeel die hun nek uitsteken in Nederland. Die het samen met ons doen en die mooie oplossingen hebben en daar trots op zijn. Dat stimuleert ons.’