In de modewereld zijn er veel voorbeelden die laten zien dat schoonheid én duurzaamheid hand in hand gaan. En als het aan pionier Pals Brust ligt, dan moet duurzame en mooie mode ook voor iedereen betaalbaar zijn. Met zijn bedrijf UPSET Textiles werkt hij aan een circulaire keten voor textiel, inclusief honderd procent circulair katoen. Mede dankzij dit soort innoverende bedrijven vinden er radicale veranderingen plaats in de textielbranche.

Als oud-directeur van C&A kent Brust de textielwereld op zijn duimpje. Destijds was hij de mede-initiatiefnemer van de babyrompers van biologisch katoen. Een goed design, met zachte en verantwoorde stoffen voor een normale prijs. Deze mix zorgde ervoor dat C&A dit product succesvol introduceerde en uiteindelijk wereldleider werd in de verkoop van biologisch katoen. 

Duurzaam gerecycled katoen 

Met UPSET Textiles streeft Brust naar een volledig circulaire en eerlijke keten voor gerecycled textiel. Brust: ‘Wij gebruiken snijafval dat normaal wordt weggegooid. Die restanten halen we uit elkaar en van de vezels maken we weer nieuw textiel. Met een nieuwe technologie van partner PureFi kunnen we alle type vezels verwerken tot nieuw garen van zeer hoge kwaliteit. Maar liefst 25 procent van de stoffen bevat katoenen vezels. Het verbouwen en verwerken van katoen heeft een hoge milieubelasting. Ik wil gerecycled katoen beschikbaar maken voor dezelfde prijs als normaal garen en het moet onder eerlijke omstandigheden worden gemaakt. Wij werken alleen samen met partners die op een sociaal verantwoorde en duurzame manier werken. Zo verbeteren we de gehele keten.’

Brust kan al concrete resultaten laten zien, want hij werkte mee aan het duurzame kostuum dat minister Bruins droeg op Prinsjesdag. Ook minister Kaag verscheen onlangs tijdens een handelsmissie in India in een duurzame jurk die mede door UPSET Textiles tot stand kwam. Daarvoor werkte Brust samen met partners als MVO Nederland, PureFi, Enviu en Khaloom. ‘Het is heel bijzonder dat we daaraan mochten meewerken. Dat leverde veel leuke reacties op. Mede door deze aandacht kunnen we de duurzame transformatie van de sector versnellen.’


75 miljoen mensen wereldwijd

De textielindustrie is een van de snelst groeiende industrieën ter wereld. Er werken 75 miljoen mensen. Maar deze industrie heeft ook te maken met serieuze problemen op het gebied van milieu en arbeidsomstandigheden. Ondanks de kennis van deze negatieve impact wordt nog maar een klein deel gerecycled. 


Een paar verbeterpunten waar de mode-industrie inmiddels hard aan werkt: 

  • Beperken van de uitstoot van 1,2 biljoen ton CO2 per jaar (dat is 21 keer meer dan alle vliegtuigen en schepen samen).
  • Verbeteren van de arbeidsomstandigheden, zoals bescherming tegen chemische stoffen, fatsoenlijke lonen en normale werktijden.  
  • Beperken van watergebruik. Momenteel wordt er 93 biljoen m2 water gebruikt, onder andere voor het verbouwen van katoen. Dat veroorzaakt problemen in gebieden waar een tekort is aan water. 
  • Het verminderen van de afvalberg textiel. 

Van testen naar eindproduct 

In eerste instantie recycled UPSET Textiles snijafval. Het voordeel daarvan is dat je precies weet wat de samenstelling is van het product. Bovendien is de logistieke organisatie makkelijker, want er zijn fabrikanten die gigantische hoeveelheden afval produceren en hiervan af willen. ‘In landen als Bangladesh en India komt het nu nog vaak op de vuilnisbelt terecht. Zonde! Soms zijn ze al wat verder en passen ze het toe als matrasvulling. Er ontstaat gelukkig steeds meer de beleving dat restanten niet meer zomaar weggegooid moeten worden,’ aldus Brust. 

Ondanks het feit dat de eerste duurzame kledingstukken al gedragen zijn door twee ministers, zit UPSET Textiles nog steeds in een testfase. ‘Over een jaar of twee willen we een fabriek openen, in nauwe samenwerking met PureFi in India zodat we dicht bij de bron zitten. Maar voorlopig zijn we samen met hen nog uitgebreid aan het testen. Binnenkort laten we in India vezels spinnen van een paar honderd kilo gerecycled katoen. Het garen dat daarvan wordt gemaakt gaan we onder de loep nemen: hoe zit het met verven, is het sterk genoeg en krimpt het niet teveel? Daarna kunnen we van de doeken kledingstukken maken die ook weer aan testen worden onderworpen.’

Iedereen wil elektrisch rijden, maar als je alleen Tesla’s beschikbaar stelt, dan gaat dat lastig worden. Ons product moet minimaal hetzelfde geprijsd zijn als conventioneel textiel.

De drie H’s

Bij C&A deed Brust veel ervaring op met succesvolle productintroducties. ‘Een product kan pas een succes worden als het voldoet aan de drie H’s. De eerste staat voor hoofd, ratio. Iedereen vindt duurzaamheid belangrijk, maar als je daadwerkelijk een product wilt kopen, dan rijst de vraag of je dat bedrag er wel aan wilt uitgeven. Zijn er goedkopere alternatieven die toch aantrekkelijker zijn? Iedereen wil elektrisch rijden, maar als je alleen Tesla’s beschikbaar stelt, dan gaat dat lastig worden. Ons product moet dus minimaal hetzelfde geprijsd zijn als conventioneel textiel. De volgende H is van hart: vind je het product mooi? Het product moet prettig aanvoelen, goed zitten en lang meegaan. Onze kleding moet van hoge kwaliteit zijn. De laatste H staat voor hara. Dat betekent ‘gunnen’ in het Japans. Je moet als bedrijf een gunfactor hebben en duurzaamheid is daarvan een goed voorbeeld, omdat mensen dan het gevoel hebben dat ze iets goeds kopen.’ 

Clothes the circle 

Uit recent onderzoek van de Ellen MacArthur Foundation blijkt dat een gemiddeld kledingstuk slechts acht tot negen keer wordt gedragen. ‘Mensen zouden om te beginnen minder kleding moeten kopen. En als je uitgekeken bent op je kledingstuk, lever het dan in bij de kledingbakken. Onder coördinatie van MVO Nederland is Clothes the circle opgericht. Wij zijn een van de initiatiefnemers en deelnemers en werken mee een circulaire textielketen. Het verbeteren van de stroom post-consumer afval is een van de speerpunten. Hoe kunnen we die beter verwerken en recyclen of upcyclen? Bij deze stroom kleding weet je niet precies wat de samenstelling is. De informatie in de etiketten is bijna nooit volledig of klopt gewoonweg niet. Er zit vaak minder gerecycled materiaal in dan wordt beweerd. Het inzamelen en sorteren is veel werk en daardoor zeer kostbaar. Het is een uitdaging, maar Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd zullen we maar zeggen. Er zijn al veel koplopers die stappen in de goede richting zetten. En ook de overheid verdient wat mij betreft een pluim, want die is ambitieus en wil dat Nederland in 2025 koploper is op het gebied van circulair textiel.’