De 17 Sustainable Development Goals (SDG’s) moeten ervoor zorgen dat de wereld een betere plek wordt om te leven. Voor iedereen. In Nederland zetten we grote stappen om die doelen in 2030 te realiseren. En om een extra duwtje te geven is voor ieder doel een coördinator aangesteld. Op Duurzaamheid.nl maak je elke maand met een van hen nader kennis. Deze keer Karin van IJsselmuide die zich als coördinator van SDG 12 Alliantie inzet voor doel 12: het slimmer omgaan met de grondstoffen die de aarde ons geeft.

Er komen steeds meer mensen op onze planeet. Nu zijn er ruim 7,5 miljard. Maar dat aantal groeit als een speer. In 2050 zijn we volgens de Verenigde Naties met bijna tien miljard. En de planeet, die groeit niet mee. Dus moeten we handiger omgaan met de grondstoffen die de aarde ons geeft. Dat is in het kort waar werelddoel 12 ‘Duurzame productie en consumptie’ om draait. Karin van IJsselmuide is vanuit Nevi het gezicht van het thema maatschappelijk verantwoord inkopen. In de community van ruim 12.000 inkoopprofessionals jaagt ze duurzame productie aan en probeert ze verspilling te voorkomen. Als voorzitter was Van IJsselmuide namens Nederland betrokken bij de ontwikkeling van de internationale ISO-richtlijn 20400 die maatschappelijk verantwoord inkopen borgt in organisaties wereldwijd.

Op welke manier dragen inkopers bij aan het realiseren van werelddoel 12? 

'Aan het begin van mijn loopbaan kwam ik op een grote inkoopafdeling terecht. Daar leerde ik al snel dat je als inkoper méér kan bereiken dan alleen een product tegen een goede prijs inkopen. Je kunt invloed uitoefenen op het gewenste product en processen verbeteren. Als je bedenkt dat Nederlandse bedrijven jaarlijks meer dan 500 miljard aan de inkoop van producten besteden, dan weet je dat ze op die manier veel invloed kunnen uitoefenen. Kortgezegd: wie betaalt, bepaalt. Stel dat die inkopers alleen nog duurzame producten kopen bij hun leveranciers, dan zetten ze positieve veranderingen in de hele keten in gang. Daarom zie ik een heel belangrijke rol voor inkopers bij het aanjagen van de transitie naar de circulaire economie,’ legt Van IJsselmuide uit. ‘Het is mooi als bedrijven zelf duurzame producten op de markt brengen, maar als niemand ze koopt dan schieten we er niks mee op. Als inkopers de vraag aanjagen, dan komt het op gang en gaan we het verschil maken.’


Wat is de volgende stap die gezet moet worden? 

‘Veel bedrijven willen wel circulair inkopen, maar weten niet goed of het alternatief zoveel beter is. Een belangrijke stap is daarom het opzetten van een systeem om circulariteit te meten. Dan kun je producten met elkaar vergelijken. Verhalen over elektrische auto’s die slechter zijn dan dieselauto’s blijven bijvoorbeeld de ronde doen. Daardoor gaan mensen twijfelen en doen ze maar niets. Met een goed meetsysteem kun je producten met elkaar vergelijken en een onderbouwde keuze maken. Ook kun je dan het gesprek aangaan met je leverancier: er zijn duurzamere alternatieven, waarom bied jij die nog niet aan?’

Soms moet je eerst een stapje terugzetten om er uiteindelijk twee vooruit te zetten.

Waar lopen bedrijven tegenaan rondom circulair inkopen? 

‘Het doel is dat in 2030 zo’n vijftig procent van alle inkopen circulair is. Dat is haalbaar. Om volledig circulair in te kopen moeten er nog grote stappen gezet worden. Een hobbel is bijvoorbeeld dat je van sommige keurmerken niet mag afwijken van bepaalde grondstoffen. De twijfel over de kwaliteit van gerecyclede grondstoffen moet weggenomen worden. Overigens mag dat geen reden zijn om niks te doen. Als inkoper kun je altijd iets extra’s doen om uiteindelijk wél de stap te zetten naar volledig circulair. Maak bijvoorbeeld afspraken over hoe je omgaat met het product na gebruik: kan het terug naar de leverancier om hergebruikt te worden? Of zijn er onderdelen die waardevol zijn voor de productie bij een andere organisatie?’
‘Zeker in grote bedrijven duurt het soms een paar jaar om grote veranderingen door te voeren. Stel: je gaat als bedrijf een dienst inkopen in plaats van een product, zoals licht in plaats van lampen. Dat klinkt eenvoudig, maar heeft een groot effect op de organisatie. Andere contractvormen met leveranciers, andere taken voor je medewerkers; het is anders dan een lamp kopen en die in een magazijn leggen. Er wordt veel geëxperimenteerd en dat is goed. Tegelijkertijd zie ik dat pilots soms snel worden afgebroken, omdat iets op het eerste gezicht niet haalbaar lijkt. Dat is jammer, soms moet je eerst een stapje terugzetten om er uiteindelijk twee vooruit te zetten.’ 

Wat is een belangrijke ontwikkeling in jouw vakgebied? 

‘De mogelijkheden met blockchain zijn veelbelovend. Dat zorgt voor transparantie: wie doet wat wanneer en wat is een eerlijke prijs voor een product? Dat klinkt vrij technisch, maar het raakt ook juist de menselijke kant. Bij een transitie hoort dat we moeten experimenteren en samenwerken. Daarvoor moet je ook openheid geven over bijvoorbeeld je processen en verdienmodel. In feite draait het dan om vertrouwen; dat bedoel ik met de menselijke kant. Dat is binnen bedrijven niet zo vanzelfsprekend, maar die transparantie is wel een belangrijke stap die gezet moet worden.’
‘Een voorbeeld vind je in Limburg waar partners in de voedselketen samenwerken in project LOF. Het doel van het project is om gezonde voeding voor iedereen betaalbaar te houden. Als we ervoor zorgen dat mensen langer gezond blijven, dan brengt dat minder maatschappelijke kosten met zich mee. Gezonde voeding speelt daarin een belangrijke rol. In de keten zijn ieders belangen in kaart gebracht en dan wordt zichtbaar dat je door samen te werken stappen kunt zetten waar iedereen profijt van heeft. Door transparant te zijn over geld bijvoorbeeld. Zo staan de boeren, helemaal vooraan in de keten, voor diverse grote uitdagingen als het gaat om klimaat en duurzaamheid. Als de hele keten bijdraagt aan investeringen bij de boer dan levert dat geld en andere winst op op andere vlakken aan het einde van de keten. Dankzij transparantie kun je veel slimmer samenwerken.’ 

In de community koppelen we organisaties aan elkaar die gebruik maken van elkaars “afval”.

Wat is je advies aan organisaties die duurzamer willen inkopen? 

‘Vraag aan de eerste leverancier die je spreekt wat zij al doen aan de circulaire economie en wat er nog mogelijk is. En kijk ook in je eigen organisatie naar laaghangend fruit. Er zijn kleine verbeterpunten, die niks extra’s kosten en daar krijg je snel de handen voor op elkaar. Kijk eens naar het voorbeeld van de bedrijfskleding bij het ministerie van Defensie. Gebruikte kleding die voorheen werd vernietigd levert nu geld op. Kijk kritisch naar de “afvalstromen” in je bedrijf en bedenk wat er anders kan.’

Wat zijn je plannen als SDG-coördinator voor komend jaar?

‘Als coördinator breng ik bestaande initiatieven in Nederland bij elkaar om te werken aan een gezamenlijke strategie. En dat is nodig, want er zijn nogal wat initiatieven die soms ook langs elkaar heen werken. Inmiddels staat er een online community en van daaruit gaan we in groepen met concrete projecten aan de slag. Zo gaan we organisaties aan elkaar koppelen die gebruik maken van elkaars “afval”. Ook kunnen organisaties ervaringen en oplossingen delen voor duurzaam grondstoffengebruik en het voorkomen van verspilling.’

Werelddoel 12 draait om het over slimmer omgaan met grondstoffen: minder afval en meer spullen hergebruiken. Hoe staat het ervoor in Nederland?

  • In Nederland wordt nog te veel voedsel verspild. Er is afgesproken dat de verspilling in 2030 gehalveerd moet zijn ten opzichte van 2015. De hoeveelheid voedselverspilling per persoon is de afgelopen jaren wel afgenomen.
  • Er komt nog te veel afval in de natuur terecht. De overheid wil dat al ons afval in 2050 een tweede leven krijgt. 
  • We gaan al slimmer om met onze grondstoffen dan veel andere EU-landen. Nederland is redelijk goed in recyclen. Maar vergeleken met veel andere landen uit de Europese Unie gooien Nederlandse bedrijven nog te veel afval weg. En bij gemeentes komt minder afval binnen, maar inwoners gooiden in 2017 met gemiddeld 553 kilo afval per persoon per jaar nog veel te veel weg. 

Over de 17 werelddoelen

In 2015 ondertekenden 193 wereldleiders van de Verenigde Naties de 17 Werelddoelen. Doelen die ervoor moeten zorgen dat er wereldwijd een einde komt aan extreme armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Deadline voor deze werelddoelen is 2030. Om ervoor te zorgen dat we in Nederland grote stappen zetten om de doelen te realiseren is er voor ieder doel een coördinator aangesteld