Met een groeiende wereldbevolking zal de vraag naar gezonde voeding blijven stijgen. Om ervoor te zorgen dat er genoeg eten is voor iedereen, moeten we meer plantaardige eiwitbronnen opnemen in ons voedingspatroon. Deze zogenaamde eiwittransitie biedt volop kansen voor ondernemers. Als we de handen ineenslaan, dan kunnen we voorkomen dat we in 2030 twee planeten nodig hebben om alle monden te voeden.

Met het toenemen van onze welvaart in de afgelopen decennia is ons voedingspatroon ingrijpend veranderd. In 1960 kwam nog de helft van alle eiwitten in ons voedsel uit plantaardige bronnen zoals peulvruchten, noten en groenten. De andere vijftig procent kwam uit dierlijke producten zoals vlees, vis en zuivel. Inmiddels is die balans bijna omgedraaid en komt 65 procent uit dierlijke eiwitten en slechts 35 procent uit plantaardige. Een verhouding van 50 procent dierlijke en 50 procent plantaardige eiwitten zou veel gezonder zijn voor de meeste mensen. Daarom zou een groter deel van onze voeding weer moeten bestaan uit peulvruchten, paddenstoelen, noten, zaden, (zee)wieren en algen. Terug naar deze balans is niet alleen gezond voor de mens, maar ook voor dierenwelzijn, het klimaat én de (circulaire) economie.

Het systeem waarin wij ons voedsel produceren en consumeren gaat onvermijdelijk veranderen als we alle monden op een gezonde en duurzame manier willen voeden.

Nederland als koploper

De Green Protein Alliance (GPA) is een breed maatschappelijk samenwerkingsverband van bedrijven, overheid, wetenschap, kennispartners en ngo’s die zich inzet om de eiwittransitie te versnellen. Jeroen Willemsen is oprichter van GPA: ‘Het systeem waarin wij ons voedsel produceren en consumeren gaat onvermijdelijk veranderen als we alle monden op een gezonde en duurzame manier willen voeden. Nederland loopt voorop, in ons land is de afgelopen twintig jaar veel onderzoek gedaan naar de urgentie van deze transitie. Nu dit onomstreden is, moeten we ook de kansen die er liggen verzilveren. Een gezondere balans draagt op alle fronten bij. Er is berekend dat het maar liefst twee miljard euro per jaar scheelt aan kosten voor de gezondheidszorg. Ook levert het een enorme bijdrage aan de klimaatdoelstellingen. We zouden zo’n tien tot twaalf miljoen ton minder CO2 uitstoten, waardoor we maar liefst 25 procent van onze klimaatdoelstellingen kunnen realiseren.’ 

Innovatieve oplossingen 

‘De consumptie van dierlijke eiwitten, zoals vlees en zuivel, neemt al voorzichtig af. In alle categorieën plantaardige eiwitproducten zie je tegelijk een enorme groei. Een signaal dat steeds meer Nederlanders niet méér maar ánders, gezonder en duurzamer, gaan eten. Het afgelopen jaar werd er 27 procent meer vleesvervangers en 16 procent meer plantaardige alternatieven voor zuivel gekozen.’ Deze transitie biedt kansen voor vernieuwende producten op basis van peulvruchten, (zee)wier en algen. Die laatste zijn een bron van vitaminen en mineralen. Een zeewierakker ter grootte van ons land zou voldoende eiwitten kunnen leveren voor bijna heel Europa. Duurzame zeewierteelt zou daarom een oplossing kunnen zijn voor het voeden van de groeiende wereldbevolking. Ook insecten staan bekend als bron van eiwit. De voedingswaarde is gelijk aan die van gewoon vlees, maar voor de productie ervan zijn bijvoorbeeld veel minder grondstoffen nodig en de uitstoot is vele malen lager. Willemsen: ‘Ik zie veel succesvolle nieuwe producten op de markt verschijnen, zoals een plantaardige ‘biefstuk’. Ik ben ook trots op kleine partijen als Dutch Soy, die enorme stappen zet om op grotere schaal verse soja te telen in Nederland. En grote retailers zoals Jumbo en Albert Heijn nemen steeds meer plantaardige ‘eiwitbommetjes’ op in hun assortiment. Vanuit commercieel oogpunt is het slim om in te zetten op deze transitie. Producenten en retailers kunnen hun duurzame ambities verenigen met hun commerciële doelstellingen.’ 

Vanuit commercieel oogpunt is het slim om in te zetten op deze transitie. Producenten en retailers kunnen hun duurzame ambities verenigen met hun commerciële doelstellingen.

Gedragsverandering

Noodzakelijke veranderingen in consumentengedrag gebeuren niet vanzelf. ‘Laten we ons inspireren door recente, succesvolle gedragsveranderingen, zoals het terugdringen van roken, het scheiden van afval en de stimulering van opwekken en gebruiken van duurzame energie. Uit studies blijkt dat er een kanteling komt als je tien procent van de bevolking om hebt. Ik denk dat we in Nederland al dicht bij die tien procent zitten,’ aldus Willemsen. ‘Je moet je doelgroep(en) gericht benaderen met een specifieke boodschap. Ik geloof niet in de Postbus 51-spotjes van vroeger, maar voor onze geloofwaardigheid is het wél belangrijk dat de overheid onze boodschap onderbouwt. Met onze website www.daarkunjeopbouwen.nl zetten wij in op zogenaamde influencers of motivators. Personen die een grote achterban bereiken met hun eigen focus en sociale netwerk. Ze inspireren hun volgers om hun gedrag te veranderen. Bijvoorbeeld met challenges rondom gezonde voeding en blogs met recepten.’ 

Duwtje in de rug

Supermarkten zien miljoenen klanten in de week en kunnen als laatste schakel in de keten het gedrag van al die consumenten beïnvloeden. Ahold Delhaize is een van de grootste retailers ter wereld en 'gezonder eten en leven’ is een van de speerpunten in de strategie. Marc Croonen, Chief Sustainability Officer van Ahold Delhaize: ‘Gezonde voeding is naast voedselverspilling en sociale inclusiviteit een van de thema’s waar wij op focussen. Alle geledingen binnen Ahold Delhaize zijn doordrongen van onze ambitie om consumenten gezonder te laten eten. Dat doen we door prijzen van gezonde voeding aan te passen, schappen anders in te richten, maar ook door consumenten te stimuleren gezondere keuzes te maken.’  

In Nederland is het voor consumenten al veel vanzelfsprekender om af en toe vlees te laten staan dan in veel andere landen.

Geleidelijke transitie 

Croonen: ‘De aanpak verschilt per land. In Nederland is het voor consumenten bijvoorbeeld al veel vanzelfsprekender om af en toe vlees te laten staan dan in veel andere landen. We moeten het hier totaal anders over de bühne brengen dan in Griekenland, Amerika of zelfs België. Om mensen te laten bewegen werkt het in ieder geval niet om met het vingertje te wijzen. Je moet het leuk maken en positief brengen. Grieken motiveer je bijvoorbeeld door ze een gezonde versie van het mediterrane dieet te presenteren. Zo spreek je ze aan op hun Griekse trots. Om het succes van een campagne te vergroten is het verder belangrijk om te zorgen voor een betaalbaar en makkelijk toegankelijk alternatief.’ 

‘In Amerika hebben we de Guiding Stars ingevoerd. Met een sterrensysteem geven we zo aan in hoeverre een product een gezonde keuze is. Uit onderzoek blijkt ook dat verpakkingen kunnen bijdragen aan het stimuleren van een gezondere keuze. Speciaal voor kinderen lanceerde Delhaize in België de Tovergroenten-campagne, die kinderen stimuleert om voldoende groente en fruit te eten. Wortels worden oranje raketten, bleekselderij elfenglijbanen en witlof een drakentand. We zien dat het werkt om gezonde voeding op een creatieve en grappige manier te presenteren. 

De transitie van dierlijke naar plantaardige proteïne is een zeer geleidelijke. In landen als Amerika, Tsjechië en Servië is vlees een groot en essentieel onderdeel van de voeding. Maar ook daar zien we al kleine verschuivingen. Stapje voor stapje gaan we onze doelstellingen bereiken’, aldus Croonen.  


Transitieagenda Biomassa & voedsel

In januari werd de transitieagenda Biomassa & voedsel gepresenteerd. De eiwittransitie is een van de speerpunten in de agenda. Biomassa wordt voor voedsel en veevoer gebruikt en dient als grondstof voor onder meer textiel, papier en karton, bouwmaterialen, chemicaliën en kunststoffen. Biomassa is een onmisbare grondstof in de circulaire economie en essentieel voor de afname van CO2-uitstoot. Dit betekent dat we zuinig moeten omgaan met biomassa, we voedsel op een duurzame manier moeten produceren en we voedselverspilling tegengaan. 

In totaal werd er voor vijf sectoren een transitieagenda gepresenteerd: biomassa & voedsel, bouw, consumptiegoederen, kunststoffen en maakindustrie. Hierin bepalen de sectoren gezamenlijk waar de kansen en knelpunten voor hun ketens liggen en welke acties nodig zijn. Denk aan het aanpassen van wet- en regelgeving, aan slimme marktprikkels of aan het stimuleren van circulair gedrag bij consumenten en producenten. De transitieagenda's maken deel uit van het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 dat het kabinet in september 2016 heeft gelanceerd.