Vrienden Edvard Hendriksen en Ruud Zandvliet wilden een bedrijf starten waar ze echt trots op zouden zijn. Ze kozen voor een taxidienst in Amsterdam, maar dan wel duurzaam én sociaal. Zo begon Taxi Electric.

Het was niet zo dat Hendriksen en Zandvliet al veel ervaring hadden in de taxibranche toen ze in 2011 met hun bedrijf startten. Ze waren werkzaam in respectievelijk de telecom- en beleggingswereld en private equity. ‘We wilden een duurzame onderneming zonder geitenwollensokkenimago starten, om onze eigen droom na te jagen in plaats van die van anderen. In de taximarkt zagen we kansen, want dat was een sector waar nog niet zo duurzaam gedacht werd. In Amsterdam was toen één standplaats waar een elektrische taxi kon opladen,’ aldus Hendriksen. Met een startkapitaal van GreenChoice begon het duo. Ze zorgden voor een kantoor, kochten vijf elektrische Nissan Leafs en laadpalen en gingen chauffeurs opleiden.

Het elektrisch wagenpark vormde de groene basis voor het bedrijf, maar ook op het gebied van personeel maakten de jonge ondernemers een duurzame keuze door werkloze vijftigplussers om te scholen tot chauffeurs. ‘We begonnen met het aannemen van studenten, oud-taxichauffeurs en werkloze vijftigplussers. Na een halfjaar bleef vooral die laatste groep over, en niet alleen vanwege een goede klik die we hadden. Ze waren punctueel, loyaal, gedisciplineerd en leverden de service aan onze klanten die wij voor ogen hebben: deur openhouden en koffers dragen bijvoorbeeld,’ legt Hendriksen uit. ‘Wij leiden ze op tot volwaardig chauffeur met taxipas en trambaanvergunning en zij krijgen een mooie baan. Daar profiteren we allebei van.’

Vooral het afgelopen jaar kwamen er veel elektrische taxi’s bij in Amsterdam. Gaaf dat wij dat een beetje hebben aangezwengeld. Dat maakt me trots, al is er nog genoeg te winnen.

Social enterprise

Taxi Electric groeide zo in de rol van social enterprise. Vier jaar geleden richtten ze een stichting op waarmee fondsen gegenereerd konden worden voor opleidingsgeld. Inmiddels hebben zo’n veertig chauffeurs de opleiding afgerond, ongeveer de helft van het totaal aantal chauffeurs dat in dienst is bij Taxi Electric. Het wagenpark is ondertussen uitgegroeid tot veertig Nissans en tien Tesla’s.

De onderneming is alleen in Amsterdam actief. Daar zit door de komst van nieuwe hotels en bedrijven nog steeds groei in de taxibranche. ‘Gelukkig ook wat betreft elektrisch rijden. Vooral het afgelopen jaar kwamen er veel elektrische taxi’s bij. Gaaf dat wij dat een beetje hebben aangezwengeld. Dat maakt me trots, al is er nog genoeg te winnen. In totaal zijn er zesduizend taxi’s actief in de stad, waarvan vierhonderd elektrisch.’

Een aandachtspunt vormt de infrastructuur van laadpalen. In de binnenstad van Amsterdam zouden er meer oplaadpunten mogen komen, stelt Hendriksen. ‘Er staan soms rijen bij de snellaadpunten. De gemeente loopt wat dat betreft achter de feiten aan. Dat komt natuurlijk door de toename van het aantal elektrische taxi’s de afgelopen tijd. Ik denk dat ze verrast zijn door het succes hiervan.’

Hendriksen merkt dat klanten bewust kiezen voor vervoer via Taxi Electric vanwege de kleine impact op het milieu. Waar vroeger de Mercedes E-klasse de standaardauto voor taxivervoer was, voldoet voor veel klanten een Nissan Leaf ook, meent hij. ‘Een kleinere comfortabele elektrische auto kan ook prima. Die bewustwording is er bij de consument en daardoor kiezen ze vaker voor ons.’


Aantrekkelijker

In de toekomst hoopt Taxi Electric in meer steden actief te zijn. Een verdere verduurzaming van de sector in zijn algemeenheid is een vurige wens van Hendriksen. Daar kan de overheid ook bij helpen. ‘Het moet aantrekkelijker worden voor chauffeurs om over te stappen op elektrische auto’s. De aanschafkosten zijn nu bijvoorbeeld nog te hoog. Ik zeg niet dat elektrisch rijden gesubsidieerd moet worden, maar als de teruggave van belasting op personenauto’s (BPM) voor diesels zou worden afgeschaft, dan zijn we al een heel eind.’