De oorsprong van de toga ligt in het Romeinse rijk: ruim zes meter witte stof om je lichaam te bedekken. Tegenwoordig kennen we de toga natuurlijk van rechters, advocaten, hoogleraren en predikanten. Voor het zwarte kledingstuk gelden strikte eisen als het gaat om afmetingen en pasvorm. Dat geldt niet voor de materialen. Debby Schout besloot daarom zelf dat haar bedrijf ging werken met uitsluitend duurzame materialen als biologische wol.

In 1998 startte Debby Schout met Toga Atelier Schout in Rotterdam. Per week worden er vijf à zes toga’s gemaakt. ‘Duurzaamheid was voor mij vrij snel een belangrijke voorwaarde’, stelt ze. ‘Ik wil de mooiste toga maken: een product waar ik achter sta en trots op kan zijn. Klanten moeten onze toga’s met plezier dragen en ze moeten lang meegaan.’ Daar passen duurzame keuzes bij, zoals natuurlijke materialen. Toen ze net startte werd er ook nog met polyesterstof gewerkt. ‘Dat was wel goedkoop, maar we zijn er vrij snel mee gestopt. We werken graag met prettig dragende natuurlijke materialen zoals wol.’

Strenge eisen

Schout werkt met biologische wol. Deze wordt vervaardigd met aandacht voor mens, dier en milieu. Dat houdt onder andere in dat schapen leven in ruime weides, dat er geen gebruik wordt gemaakt van pesticiden en dat er geen genetisch gemodificeerd voer wordt gegeven. Ook voor het schaap zeer pijnlijke scheermethoden als mulesing worden bij biologische wol niet toegepast. Na het scheren van de schapen gaat de wol een productieproces in waarbij het ontvet, verzacht en geverfd wordt. Om te garanderen dat dit aan strenge duurzaamheidseisen voldoet is het Global Organic Textiles Standard (GOTS) in het leven geroepen: een wereldwijd toonaangevend keurmerk voor duurzame textielverwerking. ‘Bovendien is wol van nature recyclebaar. Ik heb ooit een filmpje gezien waarbij ze wol in de grond stopten en binnen een jaar was het helemaal afgebroken. Je laat dus geen afval achter.’ 

Ik merk dat er stappen gezet worden in het productieproces van reguliere wol. Deze wordt steeds duurzamer vervaardigd. Het zou mooi zijn als deze trend doorzet en alle wol op dezelfde verantwoorde wijze gemaakt wordt.

Schout constateert een verandering in de wolproductie de laatste jaren: ‘Ik merk dat er stappen gezet worden in het productieproces van reguliere wol. Deze wordt steeds duurzamer vervaardigd. Het zou mooi zijn als deze trend doorzet en alle wol op dezelfde verantwoorde wijze gemaakt wordt.’

Voor een ambachtelijk bedrijf zijn materialen erg belangrijk. De tijd die de medewerkers besteden aan het met de hand vervaardigen van een product moet ook passen bij de kwaliteit van het materiaal. ‘Je krijgt een minder goed eindproduct als je goedkoop materiaal gebruikt. Ik wil vakmanschap optimaal laten zien en werk daarom alleen met de beste materialen. Mensen hebben meer oog voor ambacht in de huidige tijd. Er zijn genoeg producten die machines niet kunnen maken. Door het gebruik van duurzame materialen neemt de kwaliteit van het product toe waardoor mensen een beter gevoel hebben over hun aankoop.’

Duurzaamheid verdient zich terug

Het grootste praktische verschil tussen reguliere en biologische wol is de prijs. De biologische variant is duurder. ‘Dan is het eindproduct ook wat duurder.’ Het zorgde niet dat klanten vertrokken bij het Rotterdamse atelier. Integendeel. ‘Duurzaamheid verdient zich terug. Mijn klanten kiezen heel bewust voor duurzaamheid. Als je kijkt naar de hoogleraren van TU Delft of Erasmus Universiteit die bij ons komen, dan merk je dat het bij hen heel erg speelt.’

De overheid moet natuurlijk het voortouw nemen op het gebied van duurzaamheid. Zij hebben een voorbeeldfunctie, vind ik. Daar passen deze duurzame toga’s prima bij.

En dat geldt ook voor de overheid. Al jaren is Toga Atelier Schouten de vaste leverancier voor kleding van de rechterlijke macht: rechters, griffiers en officieren van justitie zijn dus gehuld in duurzame toga’s. Ook de laatste tender werd gewonnen door het bedrijf van Schout. Duurzaamheid was hierbij een belangrijk speerpunt. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur & Waterstaat stelde onlangs in het NRC dat in 2022 minstens 10 procent van de inkopen van de overheid circulair moet zijn. Daar kunnen we 1 megaton CO 2 mee besparen, aldus Van Veldhoven. Voor Schout is dit vanzelfsprekend: ‘De overheid moet natuurlijk het voortouw nemen op het gebied van duurzaamheid. Zij hebben een voorbeeldfunctie, vind ik. Daar passen deze duurzame toga’s prima bij.’ 

Slow fashion

Slow fashion past perfect in het straatje van Schout: kleding van hoogwaardige kwaliteit die lang meegaat. ‘Met zorg vervaardigt en vaak wat exclusiever. Daardoor wil je de kleding als consument langer dragen.’ Het is de tegenhanger van wegwerpgedrag en oneerlijke handel. ‘Daardoor verdwijnt het gedrag dat hoort bij de consumptiemaatschappij, een goede zaak lijkt me. De toga is het ultieme voorbeeld van slow fashion. Deze kan een hele carrière mee, afhankelijk van hoeveel je hem draagt natuurlijk. Er zijn strafrechtadvocaten die hem dagelijks dragen, dan gaat hij zo’n zeven jaar mee.’De bedenker van slow fashion is Kate Fletcher, professor aan de University of Arts in Londen. Het staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een levensstijl waarbij betere keuzes gemaakt worden in het vervaardigen en gebruiken van producten. Ze schreef verschillende boeken en publicaties over duurzaamheid in mode. ‘Zij vormt voor mij een echte inspiratiebron. Het is belangrijk om na te denken over processen en alle keuzes die gemaakt moeten worden om een product tot stand te laten komen. Je moet je realiseren dat elke schakel in het productieproces van kleding effect heeft.’

Schout houdt haar blik gericht op verdere verduurzaming van haar onderneming en de productieprocessen. In september vorig jaar werd een nieuw pand betrokken. Een volgende stap vormt de energievoorziening. ‘We willen zonnepanelen, zodat we gebruik kunnen maken van door onszelf opgewekte energie. Weer een onderdeel van de productieketen dat duurzamer wordt, dan worden ook de biologische toga’s nog een stukje duurzamer.’

Foto's bij dit artikel zijn gemaakt door Joshua Kruter van het Erasmus Magazine.