In Nederland wordt volop geëxperimenteerd met circulair ondernemen, door grote én kleine ondernemingen. Denk aan Mestic, dat uit koeienmest onder andere modestoffen kan maken of aan Philips Lighting dat steeds vaker licht als dienst verkoopt in plaats van lampen. Maar er is nog het nodige werk te verzetten: op veel terreinen is een megashift nodig om volledig circulair te worden. In navolging van het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 dat het kabinet een jaar geleden lanceerde, onderzoeken momenteel vijf zogenaamde transitieteams wat er nodig is om de kringlopen te sluiten. Hoe kunnen we de omwenteling naar een circulaire economie versnellen?

In januari 2017 werd de ambitie van het kabinet (een volledig circulaire economie in 2050) met het ondertekenen van het Grondstoffenakkoord onderschreven door onder meer bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke instellingen. ABN AMRO, Blackbear Carbon, CBS, CNV, Desko, Friesland Campina, Gemeente Amsterdam, Natuur & Milieu, MKB Nederland, Radboud Universiteit, UNETO-VNI: zomaar een greep uit de partijen die hun handtekening zetten. Zij spraken af dat ze in zogenaamde transitieagenda’s samen bepalen wat er in hun sector moet gebeuren om circulair te worden. Vijf sectoren werken nu aan zo’n agenda: biomassa & voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Dit zijn de gebieden met grote betekenis voor de Nederlandse economie en waar het grootste verschil kan worden gemaakt. 


Circulair ondernemen vanzelfsprekend

Het is de bedoeling om in te zetten op maximaal hoogwaardig hergebruik van grondstoffen en duurzame productie van nieuwe grondstoffen. Dat vraagt om slim productontwerp, zodat grondstoffen terugkomen in een nieuwe gebruikscyclus. Maar ook om nieuwe businessmodellen en financieringsvormen. In 2030 moet dat al een halvering van het verbruik van primaire grondstoffen opleveren. Het Grondstoffenakkoord is het startpunt naar een intensieve samenwerking per sector om de kringlopen te sluiten in de Nederlandse economie. Uiteindelijk moeten de maatregelen ervoor zorgen dat circulair ondernemen gemakkelijker en zelfs vanzelfsprekend wordt.

Overkoepelende uitdagingen oplossen

Anne-Marie Rakhorst is voorzitter van de Transitieagenda Consumptiegoederen. ‘Als dit onze ambities zijn voor de komende 5, 10 en 15 jaar: wat hebben we dan als sector nodig om het voor elkaar te krijgen? Welke wet- en regelgeving zit nog in de weg, welke financiële prikkels zouden helpen, wat moeten we als sector organiseren, welke projecten hebben een boost nodig, hoe krijgen we de mensen die diensten en producten gebruiken mee? Dat bekijken we als sector samen.’

Ze vervolgt: ‘Een systeem verander je vooral van binnenuit. Dat is wat ondernemers – groot en klein – nu ook doen: ze zetten hun ondernemerschap, creativiteit en innovatiekracht in en werken aan nieuwe, circulaire businessmodellen. Maar: er komt (bijna) altijd een punt waarop opschaling nodig is om tot volume te komen en om de massa mee te krijgen. Of waar verouderde wet- en regelgeving of het ontbreken van financiën in de weg staan om verder te komen. De overgang van lineair naar circulair vraagt om systeemverandering. En om een systeem echt te veranderen, moet je die overkoepelende uitdagingen, die per sector kunnen verschillen, samen oplossen.’

Als dit onze ambities zijn, wat hebben we dan als sector nodig?

Als voorbeeld geeft Rakhorst de modewereld. ‘In Nederland zijn we in staat om papier en glas voor bijna 100% te hergebruiken, het zou geweldig zijn als we dat ook met kleding kunnen doen. Nu is dat nog heel ingewikkeld, omdat de meeste kleding van gemengde stoffen, blends, wordt gemaakt. Blends zijn moeilijk recyclebaar. Daarnaast hebben we in Nederland nauwelijks nog kennis over het spinnen van garen; vroeger was dat een grote industrie in Nederland. Als je stoffen wilt kunnen recyclen, moet je dat spinnen eigenlijk in eigen land kunnen. Om te komen tot circulariteit is dus veel meer van die kennis nodig. Misschien moeten we zelfs een deel van die industrie terughalen naar Nederland. Dat zijn zaken die je als sector moet oplossen.’

 
Het gaat niet alleen om materialen

Onderdeel van elke transitieagenda is ook een sociale agenda. Het is een misverstand dat een circulaire economie alleen om materiaalkringlopen draait. De traditionele ‘Triple P’, people, planet, profit, blijft van toepassing. We zien al goede voorbeelden van die sociale en economische kansen: nieuwe werkgelegenheid, het verbeteren van de status van de beroepsbevolking en het upgraden van specifieke beroepen. ‘Denk aan een moderne kringloopwinkel als La Poubelle, die jaarlijks zo’n 450 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plaats biedt,’ vertelt Rakhorst. ‘Of aan Frankenhuis, een textielrecyclingbedrijf, dat niet alleen in nieuwe – en vaste – werkgelegenheid voorziet, maar waar zowel het bedrijf als de mensen die er werken unieke kennis opbouwen over het sorteren en hergebruiken van stoffen. Circulair gaat dus niet alleen om technologie, maar ook om mensen, gedrag, regelgeving, onderwijs, bestuur. Dat zie je ook terug in de ondertekenaars van het akkoord.’

600 miljard en grote inkoopkracht

Een van de eerste acties van de transitieteams was een open brief aan kabinetsinformateur Gerrit Zalm eerder deze zomer. Hierin laten de voorzitters van de verschillende teams weten wat de overheid kan doen in aanvulling op de markt. De ondernemingen, brancheorganisaties, financiers, scholen en universiteiten, gemeenten en provincies benadrukken welke kansen zij zien voor Nederland en onderstrepen hun bereidheid om flink te investeren in die nieuwe economie. ‘De technologieën zijn klaar voor de markt en het maatschappelijk draagvlak groeit,’ geven ze aan. Maar: om verder te komen is ook de inzet van het kabinet nodig. Bijvoorbeeld om de circulaire economie een langdurig speerpunt van overheidsbeleid te maken en om tot een gezamenlijke visie te komen, ook in wet- en regelgeving. De voorzitters benadrukken het goede voorbeeld dat de overheid kan geven door zelf haar enorme inkoopkracht in te zetten en circulair in te kopen. Ook wordt een duidelijk investeringsbedrag van 600 miljard gevraagd voor de opstart.  

Veel Nederlandse ondernemingen zijn geïnteresseerd in de kansen of zijn al aan de slag gegaan. Er zijn inmiddels ook goede tools om ze individueel op weg te helpen, zoals het Value Hill-model van Sustainable Finance Lab, de flowchart Eerste hulp bij circulair ondernemen. Met het grondstoffenakkoord en de transitieagenda’s willen de ondertekenaars deze ontwikkeling een boost geven, door gezamenlijke knelpunten en kansen aan te pakken. Later dit jaar worden de agenda’s gepubliceerd en gaat de uitvoering van start.


Samengevat: van grondstoffenakkoord tot transitieagenda

Hoe komen we tot een volledig circulaire economie in 2050? Met het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 wil het kabinet de overgang van een lineaire naar een circulaire economie stimuleren. Dit door wet- en regelgeving aan te passen, marktprikkels te geven en samen te werken met maatschappelijke partijen. Doel is om in 2030 al 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. Het nationale Grondstoffenakkoord dat hierop volgde, is inmiddels door honderden bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties getekend. Voor vijf grote ketens - biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen - werken de ondertekenaars van het akkoord een transitieagenda uit. Hierin maken de zij gezamenlijk afspraken over de route en de acties en investeringen die voor hun ketens nodig zijn.