Vóór 2030 een einde aan honger en extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering en een gezonde, eerlijke en veilige wereld. Het kan! Het zijn vraagstukken en vooral kansen die in samenwerking kunnen worden genomen. De 17 werelddoelen, getekend door de landen van de Verenigde Naties, zijn tenslotte voor iedereen en van iedereen. Dat het bedrijfsleven daarin een sleutelrol kan spelen, is iets wat me als ondernemer en als mens bezighoudt. Hoe kom je tot een samenwerking die de benodigde (internationale) impact heeft? En hoe pakken we dat nu al aan in Nederland? Laten we kijken naar het werelddoel dat hierover gaat: het komen tot partnerschappen én financiering om alle doelen daadwerkelijk te bereiken.

Het is het allerlaatste Werelddoel in rij, doel 17: samenwerken voor de Werelddoelen. En misschien ook wel de minst tastbare. Tegelijk is het dé basis voor het bereiken van alle doelen. Laat samenwerken nu juist zijn waar we in Nederland goed in zijn, in het bijzonder onze ondernemers. Waar we ook best trots op mogen zijn: het is uniek hoe bedrijfsleven, wetenschap, overheid en maatschappelijke organisaties zich samen inzetten om bepaalde doelen te bereiken. De impact hiervan kunnen we vele malen groter maken als we deze kennis internationaal delen, zodat andere landen en steden er ook iets mee kunnen.

Op alle niveaus

Laat ik een aantal van de bijzondere samenwerkingsverbanden uitlichten die, op heel verschillende niveaus, de thema’s van de Werelddoelen raken. Een van de eerste initiatieven die zich specifiek richtte op de Werelddoelen is het Global Goals Charter. Meer dan tachtig Nederlandse bedrijven, maatschappelijke organisaties en het Ministerie van Buitenlandse Zaken hebben hierin afgesproken om zich in te zetten voor de Werelddoelen en samen te werken om ze te behalen. Want, zoals Fokko Wientjes, mede-initiatiefnemer van het Charter, eerder zei: ‘Sommige vraagstukken zijn te groot om alleen door bedrijfsleven of overheid op te lossen. Het bedrijfsleven kan bijvoorbeeld gezonde voeding aanleveren. Maar als mensen geen gezonde voeding willen, dan heeft het weinig zin om het aan te bieden. Daar kan een overheid weer een rol in spelen. Hiervoor moet je grenzen laten vervagen en oprecht willen samenwerken.’

De sleutelrol die het bedrijfsleven hierin kan spelen, is iets wat me als ondernemer en als mens bezighoudt.

Op lokaal/regionaal niveau kun je denken aan de ruim 200 Green Deals die in de afgelopen jaren al gesloten zijn; afspraken tussen de Rijksoverheid en bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en andere overheden om duurzame plannen uit te voeren. Dat gaat van initiatieven op het gebied van energie, klimaat en water tot bouw, grondstoffen en mobiliteit. Vergelijkbaar, maar dan op stadsniveau, zijn de City Deals, waar meestal meerdere steden samenwerken met andere betrokkenen aan leefbare steden.

Het SER-Convenant Duurzame Kleding en Textiel, om de kledingproductie te verduurzamen, is een voorbeeld van zo’n unieke samenwerking binnen een volledige en zeer complexe, internationale keten. Natuurlijk moet de daadwerkelijke actie goed opgevolgd worden, zoals bij alle afspraken. Maar het is een geweldige start dat zoveel verschillende betrokken partijen – bij aanvang zo’n 60 kledingmerken, brancheorganisaties, vakbonden en de overheid – in de kledingketen hun handtekening zetten.

Over de grens

Zelf ben ik betrokken bij een publiek-private coalitie die juist over de grens actief is. De Human Cities Coalition probeert gezamenlijk te werken aan concrete duurzame en rendabele projecten om in het bijzonder Werelddoel 11 te realiseren: leefbare, duurzame en inclusieve steden.

De Human Cities Coalition bestaat uit een groeiende groep van 140 betrokkenen, van multinationals als Philips en Arcadis, tot kleine en middelgrote sociale ondernemingen zoals Pakhuis de Zwijger, NGO’s als Slum Dwellers International, verschillende universiteiten, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en bedrijven uit de financiële sector. AkzoNobel nam het initiatief voor het partnerschap, dat als doel heeft de levens van sloppenwijkbewoners in steden te verbeteren. Een inclusieve benadering staat hierbij centraal. Hiervoor worden coalities gevormd tussen verschillende sectoren en verschillende betrokkenen in de stad, van burgers en ondernemers tot stadsbestuur. De HCC start nu met twee pilotsteden: Manilla en Jakarta. Al doende ontstaat zo een aanpak die ook in andere steden in de wereld kan werken.

De impact van onze samenwerkingen kunnen we vele malen groter maken als we onze kennis en ervaring internationaal delen
Samenwerken met impact

Samenwerking heeft echt impact als je de kennis en ervaring die je opdoet bij het oplossen van een specifiek probleem deelt met landen, steden, burgers, bedrijven die voor vergelijkbare problemen een oplossing zoeken. Of als je zoekt naar methoden voor oplossingen die gemakkelijk ergens anders toe te passen zijn. Het helpt om wereldwijd versneld tot verbetering te komen als niet ieder voor zich steeds opnieuw het wiel moet uitvinden. En dat biedt ook kansen voor bedrijven. Ik denk dat deze voorbeelden een inspiratie kunnen zijn voor te sluiten samenwerkingen. In Nederland en ver daarbuiten. Dat is wat mij betreft de aanpak om doel 17 in én buiten Nederland te bereiken!

Anne-Marie Rakhorst

Dit artikel is een bewerking van mijn bijdrage aan het VN Forum, het online tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties. het online tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties.