Het Grondstoffenakkoord dat begin 2017 is ondertekend, vormt het startpunt naar een intensieve samenwerking om de kringlopen te sluiten. Honderden bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke instellingen ondertekenden het en onderschreven daarmee de ambitie voor een volledig circulaire economie in 2050. Het doel is om in 2030 al de helft minder primaire grondstoffen te gebruiken.

27 kritieke grondstoffen

De grondstoffenschaarste kwam op de agenda toen de Club van Rome in 1972 voorspellingen deed over de uitputting van de belangrijkste minerale- en brandstofhulpbronnen. De voorspelling kwam gelukkig niet uit, want dan hadden we inmiddels zonder aardolie en aardgas gezeten. Feit is wel dat we in Nederland over weinig eigen grondstoffen beschikken en dus afhankelijk zijn van andere landen. Inmiddels heeft de Europese Commissie wel een lijst gemaakt met 27 mineralen en metalen die als ‘kritiek’ zijn bestempeld. En voor een aantal van die grondstoffen geldt dat de vraag enorm toeneemt. We lopen risico, omdat we voor de levering ervan afhankelijk zijn van andere landen, zoals China en Rusland. 


Grondstoffenscanner

TNO toetst of de Nederlandse ambities op het gebied van de circulaire economie haalbaar zijn. Zo heeft TNO geanalyseerd in hoeverre de Nederlandse economie kwetsbaar is als gevolg van mogelijke leveringsonderbrekingen van grondstoffen. Een uitvloeisel van die studie is de Grondstoffenscanner. Die helpt bedrijven om inzicht te krijgen in de samenstelling of herkomst van hun inkoopgoederen. Ton Bastein, Senior Scientist Circular Economy & Resource Efficiency bij TNO: ‘De leveringszekerheid van bepaalde grondstoffen staat onder druk en dat maakt bedrijven en economieën kwetsbaar. Daarom is het goed om te kijken naar alternatieven, zoals het optimaliseren van recycling en het verlengen van de levensduur van producten. Uiteindelijk is de oplossing om minder grondstoffen te gebruiken. We wilden voor ondernemers informatie over grondstoffen bij elkaar brengen, want vaak weten bedrijven niet welke grondstoffen in hun producten zitten. Laat staan dat ze de kwetsbaarheid daarvan hebben kunnen nagaan. In de Grondstoffenscanner staan factsheets over bepaalde grondstoffen: waar komen ze vandaan en in hoeverre zijn ze kritiek. Ook suggereren we alternatieve materialen en reiken we een checklist aan waarmee ondernemers de betrouwbaarheid van een leverancier kunnen toetsen. Hiermee willen we ondernemers helpen om hun risico’s in te schatten en bewustzijn creëren over de problemen die je overmorgen kunt hebben. We willen de Grondstoffenscanner nog voor de zomer lanceren.’ 

Met de Grondstoffenscanner willen we ondernemers helpen om hun risico’s in te schatten en bewustzijn creëren over de problemen die je overmorgen kunt hebben.

Ondernemers maken het verschil  

De circulaire economie raakt iedereen, maar ondernemers kunnen hierin écht het verschil maken. Door hun businessmodellen tegen het licht te houden kunnen zij met belangrijke oplossingen komen. Wat kan er beter in het bedrijfsproces of dat van andere partners in de keten? Als de overheid deze processen wil versnellen, dan moeten ze de omslag stimuleren door slimme prikkels te introduceren zoals producentenverantwoordelijkheid. Daarmee blijft de producent verantwoordelijk voor het onderhoud en hergebruik van het product. Zo wordt hij uitgedaagd om producten zo hoogwaardig en duurzaam mogelijk te maken en waardevolle grondstoffen te hergebruiken. Consumenten worden door producenten en retailers verleid om hun product niet weg te gooien als afval, maar het aan te bieden voor hergebruik, reparatie of renovatie. Dit levert winst op voor het milieu én de portemonnee van de ondernemers. 

Take, make en waste

Architect Thomas Rau houdt zich al vanaf het eerste uur bezig met grondstoffen en duurzaamheid. Hij illustreert waarom we het huidige systeem fundamenteel anders moeten organiseren. ‘Sinds de vorige eeuw hanteren wij een economisch systeem dat gericht is op continue, exponentiële groei. Om dat systeem in stand te houden, moeten producten in steeds grotere hoeveelheden geconsumeerd worden. Het economische systeem is gebaseerd op veel innovaties en wisselende modetrends. Daardoor is er een onhoudbare situatie ontstaan: we delven grondstoffen, maken daar goederen van, en die goederen worden gebruikt, verbruikt en vervolgens weggegooid – einde verhaal. Dit take, make en waste-systeem heeft niet alleen een gigantische verspilling van grondstoffen tot gevolg, maar ook het verlies van ecosystemen en de klimaatcrisis.’ 

We moeten proberen om grondstoffen zo lang mogelijk en zo hoogwaardig mogelijk te gebruiken. Zo creëer je een gesloten ecosysteem; net als de natuur.

Madaster

Ieder product of gebouw is in feite een stapeling van (waardevolle) grondstoffen. We moeten proberen om die grondstoffen zo lang mogelijk en zo hoogwaardig mogelijk te gebruiken. Zo creëer je een gesloten ecosysteem; net als de natuur. Maar om grondstoffen en materialen te recyclen, moeten producenten wel weten wat er precies is verwerkt in producten of gebouwen. En daar gaat het volgens Rau mis. Hoe kunnen we dat verbeteren? ‘Door alle onderdelen van een product of gebouw een identiteit te geven en dus te documenteren, een paspoort te geven.’ Dat materialenpaspoort bevat informatie over de kwaliteit en herkomst van de materialen en hun huidige locatie. Dat helpt eigenaren, bouwers en ontwerpers om betere afwegingen te maken tijdens het ontwerpen, bouwen en (her)gebruik van gebouwen. Financiers kunnen ook anders kijken naar de waarde van een object, omdat ze de waarde van de individuele grondstoffen beter kunnen bepalen. ‘Vervolgens moeten we de toegang tot de paspoorten faciliteren alsof het een bibliotheek is. Zo ontstond het idee om een kadaster op te richten voor materialen in vastgoed: Madaster. Een publiek platform voor de hele vastgoedwereld, noem het de Burgerlijke Stand voor materialen.’ Het gebruik van Madaster maakt hergebruik van materialen eenvoudiger, stimuleert slim ontwerpen en elimineert afval. En overtollige materialen worden op deze manier ook beter in kaart gebracht, waardoor er gezocht kan worden naar een nieuwe bestemming. 

Markplaats voor grondstoffen

De innovatieve ondernemer Maayke Damen zag kansen op het gebied van het verwaarden van reststromen. Als co-founder van Excess Materials Exchange (EME) biedt ze bedrijven een digitale marktplaats om hun overtollige materialen uit te wisselen. Damen: ‘Het werkt als een soort datingsite: EME brengt vraag en aanbod bij elkaar. We zoeken voor materialen naar de meest hoogwaardige optie voor hergebruik. Bedrijven kunnen zo hun kosten voor het afvoeren van ‘afval’ omzetten in een inkomstenstroom.’ Een mooi voorbeeld van het hergebruiken van overtollige materialen is een project met tulpenbollen. Bij het kweken van de bollen blijven bloemblaadjes over als restmateriaal. Damen: ‘Bedrijven betalen nu voor het afvoeren en verwerken van die bladeren. Een Gronings bedrijf bedacht een oplossing waardoor de blaadjes worden verwerkt en er pigment voor verf van wordt gemaakt. Van een kostenpost zijn de bloemblaadjes een inkomstenstroom geworden.’

We zoeken voor materialen naar de meest hoogwaardige optie voor hergebruik. Bedrijven kunnen zo hun kosten voor het afvoeren van ‘afval’ omzetten in een inkomstenstroom.

Pilot

Damen: ‘We moeten in Nederland veel steviger inzetten op hergebruik van grondstoffen. We willen naar vijftig procent in 2030 en zitten nu slechts op een paar procent. Het verbranden van materialen om energie te winnen wordt nu ook meegeteld als hergebruik. Dat is zonde, want na verbranding ben je het materiaal kwijt en dat heeft uiteraard niks te maken met circulariteit. Er liggen veel kansen om hergebruik te verbeteren, maar ondernemers moeten over de muren van hun sector naar mogelijkheden kijken. Met EME willen we dit soort verbanden leggen en schaalgrootte creëren waardoor de risico’s kleiner worden.’

EME werd vorig jaar gelanceerd. Inmiddels loopt er een pilot met tien grote bedrijven zoals DSM, Philips en Schiphol. ‘Wij gaan kijken hoe we die gigantische stromen materialen kunnen verleggen zodat ze weer van waarde worden. Bij de pilot zijn veel partners betrokken, zoals Stibbe, EY en ABN Amro. Die kijken mee naar alle praktische, juridische en financiële vragen die op ons afkomen. Wat betekent het voor je balans als je producten anders gaat produceren? Moet dat in het jaarverslag? Is het juridisch toegestaan om bepaalde materialen te hergebruiken?’ De pilot duurt een half jaar en levert nu al waardevolle inzichten op. De barrières om aan de slag te gaan met het verhandelen van dit soort reststromen worden zichtbaar. ‘Bedrijven willen wel hergebruiken, maar ervaren bijvoorbeeld dat de kwaliteit van reststromen niet stabiel is. Of ze zetten vraagtekens bij de betrouwbaarheid van nieuwe toeleveranciers; wat als die opeens failliet gaan? Voor grote partijen brengt het daarom veel onzekerheid met zich mee. In de pilot willen we leren hoe we hiermee om moeten gaan.’