Impact lijkt wel hét nieuwe woord om duidelijk te maken dat je onderneming toegevoegde waarde heeft. Tegelijk is het woord complex en – net als duurzaamheid – voor veel interpretaties vatbaar. Er zijn inmiddels verschillende standaarden die duidelijk kunnen maken welke maatschappelijke waarde een onderneming heeft, maar ze bestaan vaak weer uit honderden ingewikkelde indicatoren. Hoe zorg je dat wat jouw onderneming doet meetbaar bijdraagt aan een eerlijke, veilige en duurzame wereld? En kan dat meten wat eenvoudiger en meer werkbaar in de praktijk? We steken ons licht op bij Herman Wijffels en vragen hem wat hij verstaat onder impact, waar we impact op zouden moeten hebben en hoe we dat kunnen laten zien.

Als we met Herman Wijffels, econoom en emeritus hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering,  op zoek gaan naar de betekenis van het woord, houdt hij het zelf op een brede definitie. ‘Het begint bij de vaststelling dat alles wat we doen, als mens en als bedrijf, gevolgen heeft. In fysieke zin: de gevolgen voor de aarde als bron van grondstoffen. En in maatschappelijke zin als het gaat over mensen: werknemers, toeleveranciers, afnemers in de keten, consumenten. Steeds als we nadenken over hoe we een positieve impact kunnen hebben in termen van duurzaamheid, moeten we ons realiseren dat het gaat om die brede definitie. Het gaat over de gevolgen van wat wij doen in ecologische zin en op mensen. Dat hanteer ik als vertrekpunt.’ 

Van negatief naar positief

De term impact hangt vooral samen met de manier waarop we in het bedrijfsleven in de loop der jaren naar duurzaamheid zijn gaan kijken. Ging het eind jaren negentig, begin jaren nul nog om het vermijden van negatieve impact, nu wordt de nadruk gelegd op het zorgen voor positieve impact. ‘We zitten nu in een periode van omschakeling waarin bedrijven hun aanpak verschuiven. Het begrip MVO dat in die periode is ontstaan, ging vooral om het creëren van maatschappelijke en financiële waarde die niet ten koste ging van de aarde en mensen,’ aldus Wijffels. Veel bedrijven zijn dat idee inmiddels ontstegen en nemen als uitgangspunt wat zij bij te dragen hebben aan de wereld van nu. ‘Die bedrijven zeggen: als je een succesvol bedrijf wilt zijn in de omstandigheden waarin we nu en in de toekomst verkeren, waar we een enorme welvaart hebben, maar ook met een enorm aantal mensen zijn op deze wereld, dan moeten we niet zozeer een negatieve impact vermijden, maar streven naar een positieve impact,’ legt Wijffels uit. ‘Vertaald naar de Triple P-filosofie, betekent dat dat we met ons bedrijf waarde creëren voor mensen, dat we ecologisch waarde creëren met name door efficiënt met natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen om te gaan, en dat we door die beide dingen goed te doen ook financiële waarde creëren. Dat is waar bedrijven als DSM en Unilever hun vizier op richten.’ 

Het is de bril die je moet opzetten om te zorgen dat jouw bedrijf ook in de omstandigheden van over vijf of tien jaar relevant is.
Grondstoffenproductiviteit

Wie in deze tijd wil ondernemen, wil dus zo goed als mogelijk zicht hebben op de effecten die de onderneming heeft op sociaal en ecologisch gebied. Wat meet je dan? En hoe? Ecologisch gezien ligt wat Wijffels betreft op twee zaken de nadruk. ‘Een van de grootste problemen die we ecologisch hebben, is klimaatverandering. Voor een positieve impact moet je zicht hebben op de hoeveelheid CO2 die je met je bedrijfsactiviteiten uitstoot. Als je dit weet, kun je het systematisch terugbrengen.’ 

Grondstofschaarste is een tweede thema als het om ecologie gaat. ‘Een van de grote transities waar we de komende tijd voor staan is de transitie naar een circulaire economie, waar grondstoffen herhaaldelijk gebruikt worden. In het verleden hebben we altijd vooral gelet hebben op arbeidsproductiviteit: hoeveel waarde creëren we per werknemer. Nu gaat het over hoeveel beroep we moeten doen op nieuwe grondstoffen: hoeveel waarde creëren we per eenheid grondstof en/of natuurlijke hulpbron?’ aldus Wijffels. ‘Als dat in jouw bedrijf aan de orde is breng je je materiaalstromen in kaart om te kijken of je daar productiviteitsstijging kunt realiseren. Bijvoorbeeld door de grondstofproductiviteit te verdubbelen, door nog maar half zoveel grondstoffen te gebruiken. Dat is een belangrijke manier om de impact die je hebt te verbeteren. Je draagt bij aan het beter benutten van het draagvermogen van deze planeet om welvaart te maken. Dat is je impact.’ 

Op sociaal gebied noemt Wijffels zaken als werkgelegenheid en belastingafdracht. ‘Maatstaven in het sociale domein zijn bijvoorbeeld de mate waarin je voor werkgelegenheid zorgt, waarin je investeert in de opleiding van je medewerkers, de belastingafdracht die je doet. De tevredenheid van je medewerkers, maar ook zeker van alle klanten en andere stakeholders geven invulling aan die maatschappelijke waarde. Als je dat goed in kaart kunt brengen en opvolgen, krijg je zicht op je maatschappelijke betekenis.’ 

Vastleggen wat je doet

Door de ecologische en sociale impact goed in kaart te brengen krijg je zicht op je maatschappelijke betekenis, legt Wijffels uit. ‘Bedrijven die voorop lopen doen dit al. Sommige maken hun jaarverslag op langs de lijn van de 3 P’s. Ook accountantskantoren ontwikkelen modellen waarmee ze bedrijven kunnen helpen.’ Voor kleine bedrijven is het volgens hem wat lastiger om dit zo gedetailleerd te doen, maar geeft het wel richting. ‘Het is wel de bril die je moet opzetten om te zorgen dat jouw bedrijf ook in de omstandigheden van over vijf of tien jaar relevant is. Dat kun je specifiek maken naar verschillende bedrijfstakken. In de bouw- en installatiebranche bijvoorbeeld: je kunt een bijdrage leveren door nul-op-de-meterhuizen te maken of systemen voor duurzame energie te plaatsen. In de voedingsmiddelenproductie kun je ook kijken naar het verminderen van de hoeveelheid ‘grondstof’ die je nodig hebt: minder afval, minder verspilling.’ 

Impact heb je niet in je eentje. Je zult vormen van samenwerking moeten zoeken.
Impact maken doe je niet alleen 

Wat impact maken ook kenmerkt volgens Wijffels is dat het geen solo-activiteit is. ‘Bij circulaire productie is het kenmerkend dat je dit vaak niet in je eentje kunt. De overgang naar circulair speelt zich meestal af in de samenwerking tussen de partijen in de productieketen. Die samenwerking is een van de cruciale elementen en betekent dat je investeert in relaties in en buiten de productieketen.’ Als voorbeeld noemt Wijffels de transportsector, waar vrachtwagens vol aankomen en leeg teruggaan. Als bedrijven die bij elkaar in de buurt liggen kunnen samenwerken, kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat de wagens ook na levering gevuld de weg op gaan. Dat levert ook nog eens een flinke kostenbesparing op. Per sector is het belangrijk om te kijken waar je echt kunt bijdragen. ‘Het is heel belangrijk dat je goed kijkt naar de context waarin je werkt. En dat je in die context de vormen van samenwerking zoekt om in het systeem een rol te blijven spelen,’ besluit Wijffels. 


Over Herman Wijffels

Econoom Prof. Dr. Herman Wijffels was tijdens zijn loopbaan onder andere voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank, SER-voorzitter en Nederlands bewindvoerder voor de Wereldbank. Tot 2016 was hij hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke verandering aan de Universiteit Utrecht. Hij was co-voorzitter van de Worldconnectors en richtte in 2011 met Klaas van Egmond en Peter Blom Sustainable Finance Lab op dat ideeën ontwikkelt voor een stabiele financiële sector die bijdraagt aan een economie ten dienste van de maatschappij en onze leefomgeving.