Voor mijn laatste boek 'Geld stuurt de wereld' ging ik op onderzoek uit in een voor mij tot dan toe relatief onbekende wereld. Die van duurzaam kapitaal. Ik ontdekte dat we – financieel gezien – ontzettend rijk zijn; opgeteld is ons vermogen ruim 2300 miljard euro. Toch zijn we niet zo invloedrijk. Hoe kunnen we ons opgebouwde kapitaal veel meer dan nu gebruiken voor een positieve impact op de wereld en op Nederland in het bijzonder? Voor ondernemers met innovatieve en duurzame ideeën, die onmisbaar zijn voor die duurzame toekomst? Door kapitaal bewust in te zetten, geven we onze (circulaire) economie een enorme boost!

Op dit moment is maar een relatief klein deel van het totale kapitaal beschikbaar voor een duurzame toekomst en in het bijzonder voor Nederlandse initiatieven die hieraan bijdragen. Zo gaat ruim 60% van het belegde vermogen bijvoorbeeld naar het buitenland. Verreweg het grootste deel is in handen van pensioenfondsen. Wat me echter steeds opvalt in de gesprekken die ik voer met deze fondsen, is dat ze wel graag meer duurzame impact beleggingen willen doen, maar dat ze hun zogenaamde bed niet uit (kunnen) komen voor ‘kleine investeringen’ tot 150 miljoen euro. Tegelijk hebben juist die duurzame en innovatieve projecten en bedrijven vaak kleinere bedragen tot 10 of 20 miljoen euro nodig. Enkele beloftevolle samenwerkingsverbanden slaan deze brug en laten zien dat hier ontzettend veel potentieel ligt. Zowel voor pensioenfondsen die een goede investering zoeken, als voor de ondernemingen die kapitaal nodig hebben in start- of groeifase. 

Geld naar fossiel?
Waar zouden we ons geld eigenlijk in moeten investeren? Wie het financiële nieuws volgt, weet dat er steeds duidelijker wordt uitgesproken waar we juist niet (meer) in moeten investeren. De Climate Change 500 Index laat bijvoorbeeld zien of en hoe de grootste investeerders wereldwijd dit doen als het om het klimaatverandering gaat. Bedrijven die afhankelijk blijven van ‘fossiel’ en geen transitie (willen) doormaken, hebben het momenteel zwaar te verduren. De index laat ons ook zien ook dat de Nederlandse pensioenfondsen het relatief goed doen, met rollen voor ABP (Triple A en een vierde plaats op de ranglijst) en Zorg en Welzijn.

Climate Change 500 Index

Investeren in nieuwe ‘exportproducten’
Maar belangrijker is de vraag waar dit geld wel naar toe zou moeten gaan. Want dat antwoord maakt dat we een juiste keuze maken, in plaats van een minder slechte. In Nederland weten we behoorlijk goed hoe die duurzame toekomst eruitziet. Voor welke opgaven we in ons eigen land staan en welke vraagstukken er wereldwijd gelden. Denk aan de ontwikkeling naar een circulaire economie (Nederland als circulaire hotspot), het creëren van prettig leefbare steden, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, duurzame energie om op een schone manier in onze behoeften te voorzien, een gezond binnenklimaat op scholen, watermanagement en het tegengaan van voedselverspilling. We hebben de kennis, techniek en mensen in huis om van duurzaamheid een geweldig exportproduct van te maken.  Om hier te komen is het ontzettend belangrijk om ondernemerschap en innovatie te stimuleren, de innovatiekracht van jonge mensen te vergroten en bedrijven de kans te geven op te starten of op te schalen.

Waar komt het geld vandaan?
Toch vloeit ons geld nog onvoldoende naar projecten en bedrijven die dit realiseren. Een mix van verschillende financieringsvormen blijft hiervoor nodig: vermogensbeheerders, banken, family offices, business angels en crowdfunding. Tegelijk is een belangrijke rol weggelegd voor de pensioenfondsen: zij hebben veruit het meeste kapitaal én ze staan aan het begin van de beleggingsketen, wat ze een belangrijke voorbeeldrol geeft. Met de duurzame ambities - Nederlandse pensioenfondsen staan aan de top van duurzaam beleggen wereldwijd - van verschillende pensioenfondsen, verwacht je dat er veel geld beschikbaar is voor projecten die de eerdergenoemde kansrijke thema’s in Nederland en de rest van de wereld ondersteunen.

Hoe meer, hoe beter?

De beheerders die het geld voor de pensioenfondsen wegzetten geven aan dat dat nog niet zo gemakkelijk is. Ze doen, als je het op het totaal bekijkt, nog niet zo heel veel aan impactbeleggen en daarnaast is een investering kleiner dan 100 tot 150 miljoen eigenlijk niet interessant voor ze. Veel gehoorde redenen: de specialistische projectkennis die nodig is op thema’s als energie en circulaire economie ontbreekt nog. Ook kost het beheer op deze kleine investeringen in verhouding te veel geld.

Pensioenfondsen hebben veruit het meeste kapitaal én ze staan aan het begin van de beleggingsketen, wat ze een belangrijke voorbeeldrol geeft.

Pensioenbeheerders: bundel de krachten
Hoe zorgen we dat we het pensioengeld in beweging krijgen? Onderdeel van de oplossing zit in het bundelen van krachten. En dat zowel aan de zijde van de pensioenbeheerders als aan de projectkant. Een mooi voorbeeld van samenwerking aan de kant van de pensioenfondsen is de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII), opgezet door het ministerie van Economische Zaken. In deze instelling hebben onder andere vier pensioenfondsen en -uitvoerders en zes verzekeraars geld ingelegd. In totaal ongeveer 1 miljard euro. Met dat geld ondersteunen ze onder andere kleinere kapitaalaanvragen van MKB-bedrijven. In de toekomst is het de bedoeling om thematische fondsen op te richten die ondernemingen op het gebied van duurzame energie ondersteunen.  Op deze manier samenwerken, kan de belangrijkste obstakels wegnemen.

Ondernemers: volg het voorbeeld

Collectief geld in beweging zetten is niet alleen een zaak van pensioenfondsen en -uitvoerders. Als je weet dat schaalgrootte belangrijk is om financiering tot stand te brengen, dan ligt er ook een prachtige kans voor ondernemingen zelf om gezamenlijk op te trekken. Door op specifieke thema’s samen investeringskansen te creëren, kun je wel degelijk op het netvlies komen van die belegger.

Waar een wil is, is een weg.

Anne-Marie Rakhorst schreef in 2015 het boek Geld stuurt de wereld. Jij bepaalt de koers.