Wie zijn die mensen, die Nederland met hun aanstekelijke drive, innovatieve oplossingen, diepgaande kennis en/of ondernemersgeest verder verduurzamen? Duurzaamheid.nl zet deze helden, verbonden aan ons platform, graag in the picture. Elke maand kun je nader kennismaken met een van hen. Deze maand is het woord aan professor Jacqueline Cramer, regisseur van de circulaire economie.

Ze is niet het type wetenschapper dat achter het bureau blijft zitten om de wereld te beschouwen. Professor Cramer richtte tijdens haar hoogleraarschap het Utrecht Sustainability Institute op: een kennis- en innovatiemakelaar voor duurzame stedelijke ontwikkeling en de overgang naar de circulaire economie. En ook na haar ‘pensioen’ aan de universiteit is ze onverminderd actief om grootstedelijke regio’s te verduurzamen. Vanuit haar rijke loopbaan binnen het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, politiek – ze was minister van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer –  en de universitaire wereld, weet ze als geen ander alle betrokkenen met elkaar te verbinden die het samen moeten doen. Want die duurzame, circulaire economie: die moet gewoon georganiseerd worden. 

Wat is het grootste misverstand over duurzaamheid?

‘Dat de techniek het probleem wel oplost. Het is mijn vak om bezig te zijn met veranderingsprocessen richting duurzaamheid. Of het nu gaat om duurzame energievoorziening of de circulaire economie. Al doende merk ik: er zijn ontzettend veel technologische oplossingen aanwezig en er komt natuurlijk steeds weer een nieuwe generatie bij. Daar knelt het niet: het zijn vaak de niet-technische zaken die moeten veranderen om te zorgen dat we werkelijk tot verduurzaming komen. Dat zijn verkeerde economische prikkels, gedrag dat belemmerend werkt, onze onmacht om zulke enorme transities te organiseren of wet- en regelgeving uit een andere tijd. Het zijn socio-technische veranderingen. En het gedeelte ‘socio’, de sociale innovatie, is echt heel belangrijk.’ 

Allerlei stromen die nu in onze economie circuleren, kunnen we praktisch gezien op een hoogwaardige manier terugbrengen in de kringloop.

‘Wil je bijvoorbeeld dat al onze producten Cradle to Cradle worden, dan maak je producten die ontworpen zijn om in de kringloop te blijven. Technisch kunnen we dat wel uitdenken. Maar vervolgens zie je dat zo’n product minder wordt afgenomen, dat het niet wordt gebruikt op de manier die we willen of dat de producten hun weg niet terugvinden naar de producent. Dat vraagt om een aanpassing van het economische systeem, maar ook om een andere houding van de consument naar het product. Om te zorgen dat zo’n product financieel concurrerend is, moet je ook kijken of het belastingsysteem in orde is en of andere producten de werkelijke prijs vertegenwoordigen die wél alle externaliteiten meenemen. Op dezelfde manier kun je ook kijken naar hergebruik van grondstoffen: allerlei stromen die nu in onze economie circuleren, kunnen we praktisch gezien op een hoogwaardige manier terugbrengen in de kringloop. Toch gebeurt dat veelal niet in de praktijk. Ook daar zijn verschillende factoren die bedrijven belemmeren om te investeren in betere oplossingen. Dat is waar ik aan meewerk: het organiseren van die niet-technische veranderingsprocessen voor de circulaire economie, zodat die economie echt kan ontstaan.’

Welke bijdrage wil jij vanuit jouw rol leveren aan een duurzaam Nederland?

‘Ik probeer vooral te zorgen dat systeemverandering voor de circulaire economie echt van de grond komt. In de afgelopen jaren in de regio Utrecht, vanuit het Utrecht Sustainability Institute, en nu voor de metropoolregio Amsterdam vanuit het Amsterdam Economic Board. En dat doe ik samen met anderen door die niet-technische veranderingsprocessen te organiseren. Door partijen bij elkaar te brengen en ze te laten zien dat ze beter met elkaar af zijn dan alleen. Hierbij zijn bedrijfsleven, lokale overheden, maatschappelijke organisaties en ook burgers betrokken. Het is een heel uitgebreid traject. In hetzelfde programma zijn we bezig met initiatieven rond de energietransitie: hier gelden eigenlijk dezelfde spelregels. Technisch gezien kunnen we veel, maar we moeten het vooral organiseren zodat de transitie daadwerkelijk van de grond komt.’ 

‘Transities moet je op een bepaalde manier toch gestructureerd aanpakken. Je kunt zeggen: 1000 bloemen bloeien en dan komt er vanzelf iets moois. Ik ben er ontzettend voor, om bottom-up zoveel mogelijk te laten ontstaan. Maar je moet tegelijk wel zorgen dat er zaken in beweging kunnen komen, door verbindingen te leggen tussen partijen. Dat zaken ook gestructureerd worden, zodat je samen dezelfde kant op loopt. Het is niet meer zo gemakkelijk als voorheen, even een wet aanpassen en een knop omdraaien en iedereen gaat anders lopen dan voorheen. Aan die structuur probeer ik een bijdrage te leveren.’

Je moet zorgen dat er zaken in beweging kunnen komen, door verbindingen te leggen tussen partijen.
Wie is je inspiratiebron?

‘Er is nooit één persoon die me inspireert, niet in de zin van “dit is mijn goeroe en daar loop ik achteraan”. Mijn inspiratiebronnen zijn altijd de mensen die in het bedrijfsleven en in hele verschillende organisaties hun nek uitsteken en laten zien dat iets anders kan. Mensen die koplopers zijn in hun eigen veld, die met nieuwe dingen aan de slag willen en die in staat zijn om dat voor het voetlicht te brengen én het werkelijk te doen. Dat zijn de mensen waar ik me het meeste aan spiegel, omdat ik zelf een denker ben, maar zeker ook een doener. Ik kan niet alleen achter mijn bureau zitten, daar mijn inspiratie vandaan halen en de wereld verbeteren. Sommige mensen zijn daar heel goed in en kunnen daar ook in overtuigen. Ik ben altijd een combinatie van beide: ik wil graag laten zien dat dingen in beweging komen. En ik trek me graag op aan mensen die dat ook doen.’ 

Wat is er volgens jou nodig om een volgende stap te zetten richting verduurzaming?

‘Ik loop natuurlijk al een tijdje mee. Toen ik in de jaren zeventig begon met dit onderwerp, droomden we ook van eenzelfde soort kringloopeconomie als we nu doen. Toen hadden we echter nog geen flauw idee van wat de problematiek wereldwijd zou inhouden. Dit werd wel voorzien in het rapport van de Club van Rome De grenzen aan de groei, en in de jaren tachtig ook in het Brundtland-rapport Our common future. Maar het werd in de loop van de jaren pas echt duidelijk. Nu zien we de gevolgen van klimaatverandering en de effecten van het opmaken van onze grondstoffen. Alles is nu werkelijkheid geworden. Dat maakt het urgenter én ook veel tastbaarder. De systeemveranderingen zijn broodnodig en we moeten nog veel meer doen. En dat past ook wel bij een ander verschil: de duurzaamheidsbeweging is nu vele malen breder dan in de jaren zeventig. Toen waren het echt de actiegroepen die aan het milieuvraagstuk werkten. In de harten van de mensen zat het niet en al helemaal niet in die van de bedrijven. Dat is écht veranderd. Ik ben positief over de bewustwording van het vraagstuk in onze maatschappij. Dat is namelijk de basis om de veranderingen door te voeren die nodig zijn. Want die zijn radicaal. En die krijg je nooit voor elkaar als je geen breed draagvlak hebt. Wat mij betreft is het doorzetten van die brede beweging, het omzetten van bewustwording naar handelen die noodzakelijke stap. Het tempo mag alleen nog wel wat hoger, daar maak ik me nog wel zorgen over.’  

Waar droom jij van?

‘Dat is toch van een toekomst waarin we een leefbare aarde hebben. Die ons in staat stelt om al die mensen te herbergen. We leven langer, er komen meer mensen op aarde. Dus dat wordt nog een heel karwei. Maar ik ben wel optimistisch over hoeveel mensen dit beseffen, zoals ik al aangaf.’ 

Wat moeten we vanavond lezen/kijken/luisteren ter inspiratie?

‘De titels die ik eerder noemde zijn natuurlijk al oud, maar zeker interessant. Een mooie documentaire die juist de nu al zichtbare effecten van klimaatverandering en grondstofschaarste laat zien, is die van Leonardo DiCaprio: Before the flood. Juist ook omdat hij iemand is uit een andere hoek dan we gewend zijn. Dat mensen als hij op de bres springen om tot oplossingen te komen, dat onderstreept wel hoe die bewustwording maatschappelijk veranderd is.’