• 07 / 02 / 2018
  • Geld

Wie zijn die mensen, die Nederland met hun aanstekelijke drive, innovatieve oplossingen, diepgaande kennis en/of ondernemersgeest verder verduurzamen? Duurzaamheid.nl zet deze helden, verbonden aan ons platform, graag in the picture. Elke maand kun je nader kennismaken met een van hen. Deze maand is het woord aan Caroline van Leenders, transitiemanager bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die hoopt dat het herstellen van onze planeet de grootste economische sector van de eeuw wordt.

De boel opschudden en in beweging zetten: dat is wat Caroline van Leenders bijzonder graag en succesvol doet. Vanuit RVO draagt ze al meer dan twintig jaar bij aan systeemverandering, bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit, energie en voedsel. De laatste jaren richt ze haar pijlen op het vergroenen van de financiële wereld. Mensen bij elkaar brengen is daarvoor essentieel. Ze vormt daarvoor diverse Communities of Practice waar koplopers samenkomen. In de tussentijd schreef ze ook de boeken , waar ook een documentaire over wordt gemaakt, en Tien tips voor slimme sturing om transities in gang te zetten.

Wat is het grootste misverstand over de transitie naar duurzaamheid?

‘Dat het te duur is. Het gaat niet om het maken van hoge kosten en investeren in nieuwe zaken, maar om het verleggen van geldstromen. Je moet de geldstroom op de ene plek weghalen en naar een andere brengen. Natuurlijk moet iets nieuws altijd een plek vinden in de markt, maar wat er langer is, heeft al eerder veel voordelen gehad van subsidies en dergelijke. De nieuwe, duurzame oplossing is dus niet per se duurder, maar heeft nog niet geprofiteerd van de financiële voordelen die de huidige situatie wel kreeg.’ 

‘Stel: je wilt armoede bestrijden in een land als Rwanda. Als je het bedrag berekent dat nodig is om ervoor te zorgen dat er minder arme mensen zijn, dan is dat ongetwijfeld hoog. Maar het is nuttig om te bekijken waar geldstromen kunnen worden verlegd. Bijvoorbeeld door te kijken hoeveel belasting er niet wordt betaald door buitenlandse bedrijven in Rwanda. Als ze dat wél zouden doen, is er minder geld nodig om iets aan armoede te doen. Of – een voorbeeld dichter bij huis – je besteedt als overheid het geld dat er nog gebruikt wordt voor het subsidiëren van de fossiele industrie in plaats daarvan aan investeringen in duurzame energie. Als je dus alleen kijkt naar het geld dat voor duurzame oplossingen nodig is, lijkt het veel. Maar als je ook de onduurzame manier meetelt waarop bestaand geld wordt besteed, dan heb je een ander gesprek. Dan heb je het niet over een te financieren duurzaamheidsopgave, maar over het verleggen van geldstromen.’

Ik richt me op het vergroenen van de financiële sector. Ik denk namelijk dat de duurzame samenleving een ingewikkeld vraagstuk wordt als je niet ook met die financiële kant aan de slag gaat.
Welke bijdrage wil jij leveren aan een duurzaam Nederland?

‘Ik ben nu vijfentwintig jaar bezig met duurzaamheid en probeer op verschillende thema’s transities te versnellen. De laatste vijf jaar richt ik me op het vergroenen van de financiële sector. Ik denk namelijk dat de duurzame samenleving een ingewikkeld vraagstuk wordt als je niet ook met die financiële kant aan de slag gaat. Of zoals Rana Kapoor, CEO van de duurzame Indiaase Yes Bank, zegt: “If you want to have change, you have to move capital.” Ik wil zeker niet alles terugbrengen naar geld. Maar als je een groene economie wilt, heb je óók een groene financiële sector nodig.’ 

‘Op dit thema brengen we vanuit RVO mensen bij elkaar om van elkaar te leren, doen we onderzoek, organiseren we events en schrijf ik boeken: kortom, ik maak herrie over het onderwerp. Zo maken we de financiële wereld groener en de groene wereld financieel bewuster. Ik heb een tijd geleden een boek (Tien tips voor slimme sturing) geschreven over het versnellen van een transitie. Een van die tips daaruit pas ik zelf toe door Communities of Practice (CoP) te bouwen. In die communities breng ik koplopers samen zodat ze van elkaar kunnen leren, maar ook om anderen van ze te laten leren. Nu is er bijvoorbeeld een community op het gebied van geld en biodiversiteit: Finance@Biodiversity. Daarin zitten bedrijven die hun impact op biodiversiteit leren kennen, verminderen en die willen gaan investeren in de natuur. De Europese Unie vraagt nu bijvoorbeeld advies aan deze community; zij zien ook dat het een interessant gezelschap is om mee in gesprek te gaan.’ 

Wie is jouw inspiratiebron?

‘Jacqueline Cramer is heel inspirerend voor me geweest toen ik aan mijn promotie bezig was. Ook heb ik veel geleerd van Jan Rotmans en Derk Loorbach van Drift. Maar het samenbrengen van een groep mensen met de juiste intentie is wat mij het meeste inspireert en drijft. Als ik een bijeenkomst heb gehad van een Community of Practice, dan zie je hoe ongelofelijk mooi de kracht van een groep mensen is. Ook het principe dat een goed idee sneller kan reizen dan wat dan ook, intrigeert me. Het is geweldig om te zien hoe je een heel goed idee een duwtje kunt geven, zodat het zijn eigen weg gaat. Ik probeer zo’n idee dan bijvoorbeeld vaker te noemen in presentaties. Iemand die het daar heeft gehoord, vertelt het weer aan iemand anders.’

Ik droom ervan dat het herstellen van onze planeet de grootste economische sector van de eeuw wordt. Je ziet er ook wel steeds meer aandacht voor.
Waar droom jij van?

‘Ik denk dat we teveel schade hebben aangericht aan de wereld en dat het niet goed genoeg is om voortaan minder schade aan te brengen. Daarom richt ik me nu op herstel. Het herstellen van ecosystemen, land, grond en bossen. Ik droom ervan dat het herstellen van onze planeet de grootste economische sector van de eeuw wordt. Je ziet er ook wel steeds meer aandacht voor. Het World Resources Institute heeft er een rapport over uitgebracht: Roots of Prosperity: The Economics and Finance of Restoring Land. Als we nu eens inzetten op dat herstel, dan hebben we misschien nog een kans om hier met heel veel mensen te leven. Hier zijn koplopers mee aan de slag, zoals Willem Ferwerda met Commonland. Dit moet nu snel gaan worden opgeschaald.’

Wat is er volgens jou nodig om een volgende stap te zetten richting verduurzaming?

‘Om tot dat herstel te komen, is er van alles nodig. Het gaat over nieuwe vormen van samenwerking, kennis en ecologie. Maar ik kijk er nu natuurlijk vooral naar vanuit het financiële oogpunt. Neem Commonland: als mensen met het herstel van ecosystemen aan de slag gaan, weten ze vaak veel van de grond en van de mensen in het gebied, maar weinig van de geldstromen. Of neem een stad die werkt aan klimaatadaptatie. Welke financiële partijen verdienen aan jouw stad? Wie verzekert de haven, het vastgoed, de ondernemers? Als je die partijen kent, kun je ze benaderen met de vraag of ze dat over een paar jaar ook nog willen. Door te kijken wie er verbonden is aan je plek, leer je met wie je moet samenwerken. Ook kun je kijken naar financiële innovaties: kun je bijvoorbeeld een groene obligatie ook inzetten voor het verduurzamen van landschappen?’

Tot slot: wat moeten we vanavond ter inspiratie lezen/luisteren/bekijken?

‘Het boek Oog-in-oog met Gaia van Bruno Latour. Een heel intellectuele bundel van de Gifford-lezingen die hij heeft gehouden; ze zijn ook op YouTube te bekijken. Een aanrader omdat je beseft wat het betekent dat de aarde na een periode van rust in de afgelopen 12.000 jaar Holoceen, beland is in het Antropoceen. Daarin is de mens de voornaamste kracht die de aarde vormt geeft. Hierdoor moeten we onze ideeën over mens en natuur, klimaat en atmosfeer grondig aanpassen. Latour legt ook uit dat we veel te traag reageren op de huidige uitroeiing van onze planeet. Zijn oproep tot politiek maken van ecologie en tot het geven van een stem aan alle betrokkenen – ook de Noorpool, de bossen en de oceanen – , steun ik met heel mijn hart.’ 

‘Nu lees ik De stenen goden van Jeanette Winterson. Dat gaat over hoe mensen er op de ene planeet een zooitje van hebben gemaakt en dan naar de ‘Blauwe planeet’ gaan, waar ze het niet veel beter doen. Het gaat over hoe we ons drukker maken om oorlogen en dergelijke dan om het zorgen voor onze omgeving en beschrijft op meesterlijke wijze hoe dom we als mens soms kunnen zijn. Het is best een verdrietig boek, maar wel boeiend.’