Wereldwijd lijden 795 miljoen mensen honger. Dat is een bedreiging voor hun levens en ontwikkeling, voor vrede en veiligheid, én voor de economie. Hoe kunnen we onze huidige en toekomstige generaties voeden? Voor het bedrijfsleven is daarin een belangrijke rol weggelegd. Duurzaamheid.nl sprak hierover met Hans Eenhoorn, voormalig Senior Vice President van Unilever, associate professor Voedselzekerheid en Ondernemerschap aan de Universiteit Wageningen en lid van de United Nations Task Force on Hunger. Hij zet zich al jaren in om voedselzekerheid tot topprioriteit te maken en wereldhonger uit te bannen. Waarom is het probleem zo hardnekkig – en wat kun je als ondernemer doen?

Het goede nieuws is dat er genoeg voedsel is voor iedereen. Volgens de Verenigde Naties zijn er elke dag 2790 kilocalorieën per hoofd van de wereldbevolking beschikbaar. Toch gaat 1 op de 9 wereldburgers nog steeds elke dag hongerig naar bed. Ondertussen neemt de wereldbevolking en de behoefte aan grond, water en grondstoffen elke dag toe: het probleem wordt dus steeds urgenter.

Genoeg voedsel voor iedereen…

‘Als je geen geld hebt, moet je zelf je voedsel produceren. Veel mensen lukt dat om verschillende redenen niet,’ legt Hans Eenhoorn uit. Het verdelen van het voedsel dat we hier in overvloed hebben, is geen oplossing. ‘Dat is fysiek niet mogelijk, niet duurzaam, en onwenselijk omdat je mensen zo afhankelijk houdt,’ aldus de professor. ‘Bij acute hongersnoden moeten we natuurlijk helpen en voedsel aanvoeren met vliegtuigen en schepen. Maar voor langdurige honger moeten we andere oplossingen zoeken.’

Een belangrijke oorzaak voor langdurige honger is de bevolkingsgroei in Afrika en India. Geboortecijfers zijn hoger bij mensen met minder welvaart, waardoor juist deze groep groeit. Ook wordt er door overheden te weinig aandacht besteed aan de verbetering van de agrarische productiviteit. Klimaatverandering speelt eveneens een rol. Temperaturen stijgen, droge gebieden worden droger en natte gebieden worden natter. Dit zijn omstandigheden waar de vaak al kwetsbare akkers en gewassen niet tegen bestand zijn. Ook is de infrastructuur juist in de gebieden waar de honger het grootst is het slechtst. Hierdoor kunnen voedsel, hulpmiddelen en kennis slecht worden gedistribueerd.

Voldoende voedsel is een mensenrecht.
… onder de juiste voorwaarden

Naast deze grote, overkoepelende oorzaken, zijn er onderliggende factoren die het probleem versterken en in stand houden. In Aziatische landen als China en India, en een enkel Afrikaans land, neemt de welvaart toe. Wanneer welvaart toeneemt, neemt ook consumptie toe – waaronder de consumptie van vlees. Voor de productie van vlees is veel voedingsgraan nodig, zoals maïs en soja. Deze granen kunnen daardoor niet worden gebruikt om direct mensen te voeden. De teelt van veevoer neemt bovendien veel landbouwgrond in beslag, waardoor er minder land beschikbaar is om gewassen voor mensen te verbouwen. Bovendien worden eerste generatie biobrandstoffen, die eveneens worden gemaakt van voedingsgewassen zoals maïs, nog steeds toegestaan. Ook is er steeds minder landbouwgrond beschikbaar en groeien de opbrengsten van de landbouw steeds minder.

De belangrijkste oorzaak voor het aanhoudende probleem is echter de publieke mindset, meent Hans Eenhoorn. ‘Lokale overheden in probleemgebieden zetten zich niet in voor verandering, internationaal gezien heeft het probleem te weinig prioriteit.’ Na jaren inzet om wereldhonger op te lossen, maakt dit de voormalige professor voor Voedselzekerheid en Ondernemerschap nog steeds kwaad. ‘Voldoende voedsel is een mensenrecht. Honger is bovendien ook een heel groot probleem voor vrede en veiligheid. Hongerige mensen veroorzaken vluchtelingenstromen, honger leidt vaak tot terroristische activiteiten en gewapende conflicten. Bovendien houd je op deze manier mensen buiten de economie, in een economisch gedreven wereld.’

2030: honger verleden tijd? 

Deze verontwaardiging wordt door velen gedeeld. Daarom zetten overheden en internationale organisaties zich in voor de Sustainable Development Goals, 17 werelddoelen om duurzame ontwikkeling te stimuleren. Doel 2: honger in 2030 de wereld uit. ‘Ja, dat is heel moeilijk,’ zegt Hans Eenhoorn, ‘maar niet onmogelijk. We kunnen met z’n allen heel veel doen om dit belangrijke doel te verwezenlijken.’ Lokale overheden moeten maatregelen nemen om de landbouw te ontwikkelen en productiviteit te verhogen. Hierbij is de technologische en financiële steun van welvarende landen en internationale organisaties cruciaal – ook voor het opleiden van lokale spelers. De infrastructuur in kwetsbare gebieden moet worden verbeterd. In door klimaatverandering geteisterde gebieden kan een kleinschalige toepassing van genetisch gemodificeerde landbouwgewassen, die beter bestand zijn tegen het veranderende klimaat, een uitkomst zijn. Ook verspilling moet worden teruggedrongen. ‘Daarnaast móeten we stoppen met de eerste generatie biobrandstoffen en streven naar een lagere vlees- consumptie,’ zegt Hans Eenhoorn. ‘Nee, dat is geen populair standpunt, maar ik voorspel dat vleesproducten in 2020 onder het hogere btw-tarief vallen. Dat zou een gunstige ontwikkeling zijn.’

Doel 2: Honger in 2030 de wereld uit

Een wereld zonder honger: investering op de lange termijn

De betrokkenheid bij een wereld zonder honger is niet alleen een morele keuze. Meer en meer ondernemers zien investeren in een betere wereld als een investering in de lange termijn. Dit idee komt niet uit de lucht vallen: veel bedrijven hebben bewezen dat sociale impact en economisch welvaren samengaan – en elkaar zelfs versterken. Logisch, meent Hans Eenhoorn. ‘Als bedrijf kun je heel veel invloed uitoefenen. Je kunt duurzaam ondernemerschap eisen van je toeleveranciers. Het is echter ook eigenbelang: voedselzekerheid is ook de zekerheid dat je in de toekomst nog steeds grondstoffen hebt om voedingsmiddelen te produceren. Daarom moet je als bedrijf heel goed kijken waar je je kennis en kunde kunt inzetten. Zo kun je voedselproductiviteit verhogen en rendement creëren op lange termijn.’

Grote ondernemingen zijn zich bewust van deze uitdagingen en kansen. Zo introduceerde Unilever in 2010 het ‘Sustainable Living Plan’. Van het verbeteren van gezondheid en welzijn tot het verkleinen van negatieve impact: duurzame ontwikkeling vormt de motor voor groei en innovaties. Mét resultaat. Het jaarverslag laat zien dat de levensstandaard van mensen is verhoogd door middel van banen, training en het bevorderen van mensenrechten. Dat niet alleen: de Sustainable Living-merken van Unilever zorgden in 2015 voor bijna de helft van de groei van het bedrijf. 

Ook Nestlé laat met de Shared Value-aanpak zien hoe duurzaam ondernemen kansen biedt. De organisatie werkt bijvoorbeeld nauw samen met koffietelers in verarmde regio’s waardoor de landbouwpraktijken verbeteren. Dit zorgt voor lagere impact en hogere opbrengsten en kwaliteit, waardoor de telers meer verdienen. Nestlé zelf is gebaat bij de aanpak, doordat de huidige en toekomstige aanvoer van goede koffie stabieler is.

Als bedrijf kun je heel veel invloed uitoefenen, bovendien is het ook eigenbelang.

Ook dichterbij zijn er genoeg voorbeelden te vinden van deze succesvolle aanpak. Een bekend voorbeeld is de Brabantse voedselondernemer Bob Hutten. Samen met andere partners zet hij zijn cateringbedrijf in om de voedselproductie en -consumptie te verbeteren. Een van zijn innovatieve projecten is de Verspillingsfabriek. Hier wordt soep gemaakt van groenten die niet voor de verkoop geschikt zijn. De organisatie zet zich zo in tegen verspilling en vóór bewustwording. De firma Rijk Zwaan, een Nederlandse zaadveredelaar, zet zich op zijn beurt in voor kennisoverdracht en opleiding. Dit familiebedrijf heeft een proefstation opgezet in Tanzania, waar zaden worden ontwikkeld met een betere productiviteit en hogere resistentie tegen ziekten. Zo wordt de land- en tuinbouw in de regio ontwikkeld: goed voor de lokale bevolking én goed voor Rijk Zwaan. Een welvarender bevolking is immers ook een toekomstige afzetmarkt.

Het zijn hoopvolle, maar ook noodzakelijke perspectieven. Zolang het hongerprobleem niet wordt aangepakt, sterven er jaarlijks 10 miljoen mensen aan ondervoeding. De helft daarvan zijn kinderen. ‘Het is een kwestie van tijd voor we het oplossen,’ zegt Hans Eenhoorn. ‘Het punt is alleen, dat we die tijd niet hebben.’ Het goede nieuws? Het is duidelijk waar de problematiek zich afspeelt en wat we eraan moeten doen. De technologie én het geld zijn beschikbaar. Honger aanpakken is daarom ook, of misschien wel juist, voor de ondernemer een cruciale stap. Trek in een uitdaging?

Geen honger meer in 2030. Het is een uitdaging – maar een uitdaging waar zowel de wereld als ondernemingen wel bij kunnen varen.